<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2026:866</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-07-14T09:13:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRS.25.002241</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBDHA:2025:20847" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2025:20847, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:866">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:866</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-16T14:25:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2026:866 Raad van State , 18-02-2026 / BRS.25.002241</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2026:866:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2026:866:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>BRS.25.002241</para>
    <para>ECLI:NL:RVS:2026:866</para>
    <para>Datum uitspraak: 18 februari 2026</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para>[appellant],</para>
    <para>appellant,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 6 november 2025 in zaak nr. NL25.24876 in het geding tussen:</para>
    <para>appellant</para>
    <para>en</para>
    <para>de minister van Asiel en Migratie.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</para>
    <para>Bij besluit van 3 juni 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para>Bij uitspraak van 6 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.S. Sewman, advocaat in Lemmer, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.        In haar eerste grief klaagt appellant tevergeefs over het oordeel van de rechtbank dat de minister terecht heeft vastgesteld dat appellant niet voldoet aan de vereisten voor een van haar dochter afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 van het VWEU, omdat appellant haar identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Uit de uitspraak van de Afdeling van 30 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2265, onder 5 en 5.3, volgt dat een vreemdeling voor eerdergenoemd verblijfsrecht zijn identiteit en nationaliteit met alle andere middelen dan een geldig document voor grensoverschrijding of een geldig identiteitsbewijs aannemelijk mag maken en dat onduidelijkheid over zijn identiteit en nationaliteit niet automatisch doorslaggevend is voor de uitkomst van de beoordeling. Anders dan appellant aanvoert, heeft de rechtbank niet aangenomen dat zij haar identiteit en nationaliteit met een paspoort had moeten aantonen, tenzij zij in bewijsnood verkeert. De rechtbank heeft verwezen naar haar overweging onder 4.3, waarin staat dat de minister zich volgens de rechtbank terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant onvoldoende heeft gedaan om haar identiteit en nationaliteit aannemelijk te maken. Uit die overweging volgt waarom de minister volgens de rechtbank na de beoordeling van alle relevante omstandigheden van het geval voor de uitkomst van deze beoordeling doorslaggevend heeft mogen achten dat appellant haar identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Appellant voert niet aan dat zij haar identiteit en nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt of heeft gedaan wat de minister van haar mag verwachten om dat aannemelijk te maken. De eerste grief slaagt niet.</para>
    <para>2.        Het hoger beroep leidt ook voor het overige niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift in zoverre geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).</para>
    <para>3.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier.</para>
    <para>w.g. Meijer</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>w.g. Jongeneel</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026</para>
    <para>958</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>