<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2026:3151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-10T10:32:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202407961/4/V1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3151">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:3151</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-03T09:03:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2026:3151 Raad van State , 02-06-2026 / 202407961/4/V1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2026:3151:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 8 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om verzoeker een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2026:3151:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202407961/4/V1.</para>
    <para>Datum uitspraak: 2 juni 2026</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker], mede voor haar minderjarige kinderen, (verzoeker) om opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:</para>
    <para>de minister van Asiel en Migratie,</para>
    <para>appellant,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 11 december 2024 in zaak nr. NL24.24163 in het geding tussen:</para>
    <para>verzoeker</para>
    <para>en</para>
    <para>de minister.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 8 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om verzoeker een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</para>
    <para>Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.</para>
    <para>Bij uitspraak van 11 december 2024 heeft de rechtbank het door verzoeker tegen het besluit van 17 mei 2024 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 8 december 2021 herroepen, bepaald dat de uitspraak in de plaatst treedt van het vernietigde besluit en de minister opgedragen om binnen een termijn van twee weken na verzending van de uitspraak de gevraagde mvv aan verzoeker te verlenen.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para>Verzoeker heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</para>
    <para>Bij uitspraak van 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:508, heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.</para>
    <para>Verzoeker heeft bij brief van 7 mei 2026 de voorzieningenrechter verzocht om de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen en heeft een nader stuk ingediend.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>Het verzoek</para>
    <para>1.       Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter om de getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen, zodat de minister uitvoering moet geven aan de opdracht van de rechtbank in haar uitspraak van 11 december 2024 om haar een mvv te verlenen. Verzoeker voert aan dat zij wegens geldgebrek binnenkort uit het hotel in Iran, waar zij verblijft, zal worden gezet en dat haar kinderen in Iran niet naar school mogen.</para>
    <para>Beoordeling</para>
    <para>2.       In de uitspraak van 12 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek van de minister om een voorlopige voorziening te treffen toegewezen, gelet op de belangen die hij en verzoeker naar voren hebben gebracht. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen. Uit wat verzoeker heeft aangevoerd volgt vooralsnog niet dat de belangenafweging nu anders zou moeten uitvallen.</para>
    <para>Conclusie</para>
    <para>3.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>wijst het verzoek af.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.</para>
    <para>w.g. Essenburg</para>
    <para>voorzieningenrechter</para>
    <para>w.g. Verbeek</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2026</para>
    <para>574-1151</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>