<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2025:3847</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-23T10:05:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202406319/1/A2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3847">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3847</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-23T10:04:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2025:3847 Raad van State , 13-08-2025 / 202406319/1/A2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2025:3847:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft samen met haar ex-partner een dochter, geboren op [geboortedatum] 2020. Sinds het verbreken van de relatie woont [appellante], na een tijdelijk verblijf in een vrouwenopvang, in een zelfstandige woning in Vlaardingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2025:3847:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202406319/1/A2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 13 augustus 2025</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para>[appellante], wonend in [woonplaats],</para>
    <para>appellante,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 6 september 2024 in zaken nrs. 24/7555 en 24/7339 in het geding tussen:</para>
    <para>[appellante]</para>
    <para>en</para>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem (hierna: het college).</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen.</para>
    <para>Bij besluit van 16 juli 2024 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para>Bij uitspraak van 6 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 juli 2024 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para>Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</para>
    <para>De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 juni 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. E.M. Prins en mr. M.A.R. Schuckink Kool, beiden advocaat in Den Haag, en het college, vertegenwoordigd door F. Schwachöfer en M. van Zanten, zijn verschenen.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.       [appellante] heeft samen met haar ex-partner een dochter, geboren op [geboortedatum] 2020. Sinds het verbreken van de relatie woont [appellante], na een tijdelijk verblijf in een vrouwenopvang, in een zelfstandige woning in Vlaardingen.</para>
    <para>2.       [appellante] heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
    <para>3.       Om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring op maatschappelijke gronden, moet de aanvrager op grond van artikel 3.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Urgentieverordening Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden 2021 gemeente Gorinchem verblijven in een opvangvoorziening of een begeleidingsinstelling. [appellante] heeft echter een zelfstandige woning. Het betoog dat een redelijke uitleg van deze bepaling ertoe moet leiden dat [appellante] toch aanspraak heeft op een urgentieverklaring, slaagt niet. De tekst van deze bepaling, noch de toelichting daarbij, biedt ruimte voor een dergelijke uitleg.</para>
    <para>4.       De rechtbank heeft verder in een zorgvuldig en uitgebreid gemotiveerd oordeel uiteengezet waarom voor toepassing van de hardheidsclausule in dit geval geen aanleiding bestaat. De Afdeling volgt dit oordeel. Wat [appellante] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel dan de rechtbank.</para>
    <para>5.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling zal de uitspraak van de rechtbank bevestigen, voor zover aangevallen.</para>
    <para>6.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. van Duijvenbode, griffier.</para>
    <para>w.g. Bangma</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2025</para>
    <para>1081</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>