<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2025:3304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T16:39:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202500489/1/R2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2024:4159" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2024:4159, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3304">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3304</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-18T09:32:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2025:3304 Raad van State , 25-04-2025 / 202500489/1/R2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2025:3304:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een nieuwe geitenstal op het adres [locatie] in Baarle-Nassau en het wijzigingen van de gebruikersfunctie van een bestaande stal op dat adres naar een dierenverblijf voor de huisvesting van geiten. In de uitspraak van 19 juni 2024 heeft de rechtbank het beroep van [appellante] gegrond verklaard. Verder heeft de rechtbank bij die uitspraak het besluit van het college van 17 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen binnen zes maanden na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van [appellante]. [appellante] heeft, nu het college geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 19 juni 2024, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een omgevingsvergunning. [appellante] verzoekt de Afdeling haar beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen binnen zeven dagen alsnog een besluit te nemen op de aanvraag voor de omgevingsvergunning, dit onder oplegging van een dwangsom van € 150,00 voor elke dag dat het college die termijn overschrijdt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2025:3304:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202500489/1/R2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 25 april 2025</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:</para>
    <para>[appellante], gevestigd in Baarle-Nassau,</para>
    <para>appellante,</para>
    <para>en</para>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau (hierna: het college),</para>
    <para>verweerder.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een nieuwe geitenstal op het adres [locatie] in Baarle-Nassau en het wijzigingen van de gebruikersfunctie van een bestaande stal op dat adres naar een dierenverblijf voor de huisvesting van geiten.</para>
    <para>Bij uitspraak van 19 juni 2024, in zaak nr. 23/11067, heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant het daartegen door [appellante] ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 17 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft verder het college opgedragen om binnen zes maanden na de uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de wijziging van de geitenhouderij.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college van GS) heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Die procedures zijn bij de Afdeling geregistreerd onder zaak nr. 202404755/1/R2.</para>
    <para>[appellante] heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 19 juni 2024 bij de Afdeling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op haar aanvraag om een omgevingsvergunning.</para>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>Wettelijk kader</para>
    <para>1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).</para>
    <para>De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 15 november 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.</para>
    <para>2.       Het op deze zaak betrekking hebbend wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt deel uit van de uitspraak.</para>
    <para>Inleiding</para>
    <para>3.       In de uitspraak van 19 juni 2024 heeft de rechtbank het beroep van [appellante] gegrond verklaard. Verder heeft de rechtbank bij die uitspraak het besluit van het college van 17 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen binnen zes maanden na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van [appellante]. [appellante] heeft, nu het college geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 19 juni 2024, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een omgevingsvergunning.</para>
    <para>Gronden van het beroep en verweer</para>
    <para>4.       [appellante] verzoekt de Afdeling haar beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen binnen zeven dagen alsnog een besluit te nemen op de aanvraag voor de omgevingsvergunning, dit onder oplegging van een dwangsom van € 150,00 voor elke dag dat het college die termijn overschrijdt.</para>
    <para>In zijn verweerschrift betoogt het college dat er nog geen nieuw besluit op de aanvraag van [appellante] is genomen, omdat het afhankelijk is van een verklaring van geen bedenkingen van het college van GS. Het college van GS is daardoor weer afhankelijk van het laatste onderzoek van het programma Veehouderij en Gezondheid Omwonenden, wat wordt verwerkt in het rapport Veehouderij en gezondheid omwonenden (hierna: VGO-III rapport). Vanwege het uitblijven van het VGO-III rapport kan het college van GS nog geen nieuwe verklaring van geen bedenkingen afgeven of weigeren dat te doen, en kan er dus nog geen besluit worden genomen op de aanvraag van [appellante], aldus het college. Het college verzoekt de Afdeling om, als zij het beroep gegrond verklaart, een termijn te stellen van zes maanden na bekendmaking van het VGO-III rapport, voor het nemen van een besluit op de aanvraag.</para>
    <para>Bevoegdheid van de Afdeling</para>
    <para>5.       Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit. Gezien het hoger beroep tegen de uitspraak van 19 juni 2024 en gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb gelezen in samenhang met artikel 6:24 van die wet, is de Afdeling bevoegd om te oordelen over het beroep van [appellante] tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op haar aanvraag. Mede gelet op de korte beslistermijn van artikel 8:55b, eerste lid, van de Awb kan de uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 juni 2024 niet worden afgewacht en zal de Afdeling nu bij afzonderlijke uitspraak op het beroep beslissen. Hierbij is verder van belang dat als het college ter uitvoering van de opdracht van de rechtbank in haar uitspraak van 19 juni 2024 alsnog een besluit op de aanvraag neemt, tegen dat besluit op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb één of meer beroepen van rechtswege bij de Afdeling ontstaan en dit besluit bij de behandeling van het hoger beroep tegen de uitspraak van 19 juni 2024 wordt betrokken. Dit kan een efficiënte rechtsgang en een zogenoemde finale beslechting van de geschillen bevorderen.</para>
    <para>Beoordeling van het beroep</para>
    <para>6.       Het college heeft nog niet besloten op de aanvraag van [appellante]. De termijn die de rechtbank in de uitspraak van 19 juni 2024 heeft gegeven, is daarom overschreden. Dit betekent dat het college niet heeft voldaan aan die uitspraak en dat het beroep van [appellante] kennelijk gegrond is.</para>
    <para>7.       Gelet op het voorgaande en gezien artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college alsnog een besluit nemen op de aanvraag van [appellante] voor een omgevingsvergunning. De Afdeling zal daartoe een termijn op grond van artikel 8:55d, derde lid, stellen, waarbij rekening is gehouden met het verweerschrift.</para>
    <para>8.       De Afdeling bepaalt verder met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat het college een dwangsom aan [appellante] verbeurt voor iedere dag dat het college in gebreke blijft de uitspraak na te leven. De Afdeling zal de hoogte van deze dwangsom vaststellen op een bedrag van € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.</para>
    <para>9.       Het college moet de proceskosten vergoeden. Daarbij zal de Afdeling een wegingsfactor van 0,5 (licht) hanteren.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>I.        verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>II.       vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;</para>
    <para>III.      draagt het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau op om uiterlijk op 4 augustus 2025 een besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;</para>
    <para>IV.      bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan [appellante] een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau de hiervoor genoemde termijn voor de bekendmaking van het besluit overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 per dag bedraagt, met een maximum van € 15.000,00;</para>
    <para>V.       veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau tot vergoeding van de bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 453,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;</para>
    <para>VI.      gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 385,00 vergoedt.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Klingers, griffier.</para>
    <para>w.g. Ten Veen</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>w.g. Klingers</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2025</para>
    <para>341-1089</para>
    <para> </para>
    <para>BIJLAGE</para>
    <para> </para>
    <para>ALGEMENE WET BESTUURSRECHT</para>
    <para>Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen over besluiten</para>
    <para>Afdeling 3.6 Bekendmaking en mededeling</para>
    <para>Artikel 3:40</para>
    <para>Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.</para>
    <para>Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep</para>
    <para>Afdeling 6.1. Inleidende bepalingen</para>
    <para>Artikel 6:2</para>
    <para>Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld:</para>
    <para>a.       […], en</para>
    <para>b.       het niet tijdig nemen van een besluit.</para>
    <para>Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen</para>
    <para>Artikel 6:12</para>
    <para>1.       Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, is het niet aan een termijn gebonden.</para>
    <para>2.       Het beroepschrift kan worden ingediend zodra:</para>
    <para>a.       het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen of een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken, en</para>
    <para>b.       twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.</para>
    <para>[…]</para>
    <para>4.       Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.</para>
    <para>Hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter</para>
    <para>Titel 8.2 Behandeling van het beroep in eerste aanleg</para>
    <para>Afdeling 8.2.4 Vereenvoudigde behandeling</para>
    <para>Artikel 8:54</para>
    <para>1.       Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat:</para>
    <para>a.        de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is,</para>
    <para>b.        het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is,</para>
    <para>c.        het beroep kennelijk ongegrond is, of</para>
    <para>d.        het beroep kennelijk gegrond is.</para>
    <para>2.        In de uitspraak na toepassing van het eerste lid worden partijen gewezen op artikel 8:55, eerste lid.</para>
    <para>Afdeling 8.2.4a Beroep bij niet tijdig handelen</para>
    <para>Artikel 8:55b</para>
    <para>1.        Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, doet de bestuursrechter binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54, tenzij de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht.</para>
    <para>[…]</para>
    <para>Artikel 8:55d</para>
    <para>1.       Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.</para>
    <para>2.       De bestuursrechter verbindt aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.</para>
    <para>3.       In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan de bestuursrechter een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>