<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2024:394</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-03T10:48:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202300148/1/V2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:394">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:394</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-01T08:38:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2024:394 Raad van State , 01-02-2024 / 202300148/1/V2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2024:394:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.                                                     </para>
        <para>Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2024:394:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202300148/1/V2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 1 februari 2024</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:</para>
    <para>[de vreemdeling],</para>
    <para>appellante,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 6 januari 2023 in zaak nr. NL22.20348 in het geding tussen:</para>
    <para>[de vreemdeling]</para>
    <para>en</para>
    <para>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</para>
    <para>Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para>De vreemdeling heeft daartegen op 7 oktober 2022 beroep ingesteld.</para>
    <para>Bij besluit van 6 december 2022 heeft de staatssecretaris het besluit van 5 oktober 2022 ingetrokken.</para>
    <para>Bij uitspraak van 6 januari 2023 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Grigorjan, advocaat te 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para>Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het bezwaar tegen het besluit van 16 juni 2022 ongegrond verklaard.</para>
    <para>De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).</para>
    <para>2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.</para>
    <para>Het besluit van 23 augustus 2023</para>
    <para>3.       Het besluit van 23 augustus 2023 wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding. Bij dit besluit heeft de staatssecretaris het bezwaar tegen het besluit van 16 juni 2022 ongegrond verklaard. De vreemdeling heeft daartegen op 20 september 2023 gronden aangevoerd, waarover in eerste aanleg niet is geprocedeerd. In dit geval zal de Afdeling, om verlies van instantie te voorkomen, de beslissing op het van rechtswege ontstane beroep krachtens artikel 6:19, vijfde lid, van de Awb ter behandeling en beslissing naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, verwijzen.</para>
    <para>4.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para>5.      </para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
    <para>II.       verwijst het beroep tegen het besluit van 23 augustus 2023,       V-[...], naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.</para>
    <para>w.g. Lange</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>w.g. Graat</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2024</para>
    <para>307-1088</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>