<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2024:3225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-19T08:46:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202206134/1/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2022:5294" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2022:5294, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:3225">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:3225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-07T10:17:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2024:3225 Raad van State , 07-08-2024 / 202206134/1/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2024:3225:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het Aanwijzingsbesluit parkeren 2020 vastgesteld. Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2024:3225:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202206134/1/A3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 7 augustus 2024</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para>[appellant], wonend te Breda,</para>
    <para>appellant,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 9 september 2022 in zaak nr. 21/3717 in het geding tussen:</para>
    <para>[appellant]</para>
    <para>en</para>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Breda.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college het Aanwijzingsbesluit parkeren 2020 vastgesteld.</para>
    <para>Bij besluit van 15 juli 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para>Bij uitspraak van 9 september 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para>Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</para>
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juli 2024, waar [appellant], bijgestaan door mr. B. Benard, rechtsbijstandverlener te Leusden, en het college, vertegenwoordigd door mr. L.V. Sijkerbuijk en M.J.C. de Pijper, zijn verschenen.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.       Het college heeft in het Aanwijzingsbesluit parkeren 2020 van 13 oktober 2020 in onder meer de wijk van [appellant] gereguleerd parkeren ingevoerd. Dit besluit is niet gewijzigd door het bezwaar van [appellant] en de rechtbank heeft het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para>2.       [appellant] betoogt dat het aanwijzingsbesluit om meerdere redenen niet zorgvuldig tot stand is gekomen. De Afdeling volgt dit betoog niet. De rechtbank is namelijk op goede gronden tot de conclusie gekomen dat het aanwijzingsbesluit in stand kan blijven. De Afdeling onderschrijft de overwegingen van de rechtbank onder 6.4 tot en met 6.6. Voldoende is gebleken en niet is ontkend dat er in de wijk van [appellant] sprake is van een aanzienlijke parkeerdruk. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college geen aanleiding heeft hoeven zien het individuele belang van [appellant] dat hij kosten moet maken voor een vergunning zwaarder te laten wegen dan het algemene belang om de parkeerdruk te verlichten door middel van invoering van gereguleerd parkeren. Dat ook het bezoek van [appellant] en ingehuurde klusbedrijven moeten betalen om te parkeren maakt dit niet anders en ligt bovendien, zoals besproken ter zitting, genuanceerder. Wat [appellant] voor het overige heeft aangevoerd kan evenmin leiden tot een geslaagd hoger beroep.</para>
    <para>3.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.</para>
    <para>w.g. Bangma</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>w.g. Van de Sluis</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2024</para>
    <para>802</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>