<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2024:1536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-17T10:32:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202401405/1/V3 en 202401405/2/V3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:1536">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2024:1536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-12T09:05:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2024:1536 Raad van State , 10-04-2024 / 202401405/1/V3 en 202401405/2/V3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2024:1536:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 27 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2024:1536:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202401405/1/V3 en 202401405/2/V3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 10 april 2024</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:</para>
    <para>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</para>
    <para>appellant,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 februari 2024 in zaak nr. NL23.40450 in het geding tussen:</para>
    <para>[de vreemdeling]</para>
    <para>en</para>
    <para>de staatssecretaris.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 27 december 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.</para>
    <para>Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para>De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Flantua, advocaat te Amersfoort, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.       De Afdeling heeft de door de staatssecretaris in zijn enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije, beantwoord in haar uitspraak van 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870. De overwegingen in die uitspraak zijn ook hier van toepassing. Hieruit vloeit voort dat de grief slaagt.</para>
    <para>2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.</para>
    <para>3.       In de gestelde omstandigheid dat de vreemdeling een broer heeft die in Nederland woont, heeft de staatssecretaris geen aanleiding hoeven zien om toepassing te geven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De andere omstandigheden waar de vreemdeling in het kader van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening op wijst zijn van algemene aard en heeft de staatssecretaris al voldoende betrokken in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De beroepsgrond faalt.</para>
    <para>4.       Het beroep is ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para>5.      </para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>I.        verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
    <para>II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 27 februari 2024 in zaak nr. NL23.40450;</para>
    <para>III.      verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>IV.     wijst het verzoek af.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.</para>
    <para>w.g. Van Breda</para>
    <para>voorzieningenrechter</para>
    <para>w.g. Dallinga</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 10 april 2024</para>
    <para>18-1073</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>