<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2023:853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-01T10:35:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202101262/1/A2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-01T10:18:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2023:853 Raad van State , 01-03-2023 / 202101262/1/A2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2023:853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor het berekeningsjaar 2018 herzien en (lager) vastgesteld op € 854,00. In geschil is of de rechtbank na ongegrondverklaring van het beroep van [appellant] aan hem terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor 2018 terecht heeft herzien en lager vastgesteld. Volgens de rechtbank heeft [appellant] niet aangetoond dat hij ook in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 voor zorg verzekerd was.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2023:853:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202101262/1/A2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 1 maart 2023</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para>[appellant], wonend te [woonplaats], [land],</para>
    <para>appellant,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 5 januari 2021 in zaak nr. 19/2789 in het geding tussen:</para>
    <para>[appellant]</para>
    <para>en</para>
    <para>de Belastingdienst/Toeslagen.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor het berekeningsjaar 2018 herzien en (lager) vastgesteld op € 854,00.</para>
    <para>Bij besluit van 25 maart 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para>Bij uitspraak van 5 januari 2021 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para>De Belastingdienst/Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</para>
    <para>[appellant] heeft nadere stukken ingediend.</para>
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 februari 2023, waar de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], zijn verschenen.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.       In geschil is of de rechtbank na ongegrondverklaring van het beroep van [appellant] aan hem terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend.</para>
    <para>2.       De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag van [appellant] voor 2018 terecht heeft herzien en lager vastgesteld. Volgens de rechtbank heeft [appellant] niet aangetoond dat hij ook in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2018 voor zorg verzekerd was. Om die reden heeft [appellant] uitsluitend over de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 september 2018 recht op zorgtoeslag. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien een proceskostenvergoeding toe te kennen.</para>
    <para>3.       [appellant] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Hij voert daartoe aan dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn verweerschrift in de beroepsprocedure heeft ingetrokken, omdat er een verkeerde beschikking was afgegeven. [appellant] benadrukt dat hij in verband met de behandeling van zijn bezwaar en beroep hoge kosten heeft moeten maken.</para>
    <para>4.       De klacht van [appellant], dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend, mist feitelijke grondslag. Niet is gebleken dat de Belastingdienst/Toeslagen in deze beroepsprocedure bij de rechtbank heeft aangegeven een verkeerde beslissing over de zorgtoeslag van [appellant] over 2018 te hebben genomen en evenmin is gebleken dat de Belastingdienst/Toeslagen zijn verweerschrift heeft ingetrokken. Gelet hierop en gelet op het oordeel van de rechtbank dat de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag over 2018 terecht heeft vastgesteld op € 854,00, welk oordeel door [appellant] in hoger beroep niet (gemotiveerd) is betwist, is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank aan [appellant] terecht geen proceskostenvergoeding heeft toegekend.</para>
    <para>Conclusie</para>
    <para>5.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para>6.       De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. Meyer-de Beer, griffier.</para>
    <para>w.g. Borman</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>w.g. Meyer-de Beer</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023</para>
    <para>854</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>