<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2023:3246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T10:36:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202304792/2/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:3246">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2023:3246</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-25T09:28:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2023:3246 Raad van State , 24-08-2023 / 202304792/2/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2023:3246:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister van Financiën het inzageverzoek van [wederpartij] gedeeltelijk toegewezen en de correctie- en verwijderingsverzoeken afgewezen. Bij uitspraak van 6 juli 2023 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 oktober 2021 vernietigd, het besluit van 22 juli 2021 herroepen voor zover daarbij wissing van de gegevens is geweigerd en bepaald dat de minister binnen een maand na verzending van de uitspraak de persoonsgegevens van [wederpartij] in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: de FSV) moet wissen. De rechtbank heeft bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2023:3246:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202304792/2/A3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 24 augustus 2023</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:</para>
    <para>de minister van Financiën,</para>
    <para>verzoeker,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Holland van 6 juli 2023 in zaak nr. 21/6573 in het geding tussen:</para>
    <para>de minister</para>
    <para>en</para>
    <para>[wederpartij]</para>
    <para>Openbare zitting gehouden op 24 augustus 2023 om 10:00 uur.</para>
    <para>Tegenwoordig:</para>
    <para>Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter</para>
    <para>griffier: mr. R.J.A. Meerman</para>
    <para>Verschenen:</para>
    <para>De minister van Financiën, vertegenwoordigd door mr. drs. I.A. Huppertz en mr. M. Clement.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister het inzageverzoek van [wederpartij] gedeeltelijk toegewezen en de correctie- en verwijderingsverzoeken afgewezen.</para>
    <para>Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de minister het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para>Bij uitspraak van 6 juli 2023 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 oktober 2021 vernietigd, het besluit van 22 juli 2021 herroepen voor zover daarbij wissing van de gegevens is geweigerd en bepaald dat de minister binnen een maand na verzending van de uitspraak de persoonsgegevens van [wederpartij] in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: de FSV) moet wissen. De rechtbank heeft bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.</para>
    <para>De minister en [wederpartij] hebben hoger beroep ingesteld.</para>
    <para>De minister heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para>[wederpartij] heeft een nader stuk ingediend.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De voorzieningenrechter bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat is beslist op het hoger beroep van de minister.</para>
    <para>Gronden</para>
    <para>1.       Uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft tot gevolg dat de persoonsgegevens definitief worden gewist. Omdat het wissen van de gegevens onomkeerbaar is, zou de procedure in hoger beroep geen zin meer hebben als de rechtbankuitspraak vooruitlopend daarop wordt uitgevoerd.</para>
    <para>2.       Van belang hierbij is dat de minister heeft verklaard dat de persoonsgegevens uit de FSV alleen nog worden bewaard op een kopie die in een kluis ligt en dat de persoonsgegevens niet meer door de Belastingdienst worden gebruikt.</para>
    <para>3.       Het treffen van de voorziening dient ook het belang van [wederpartij]. Hij wil in hoger beroep laten beoordelen 1) of aan hem niet meer gegevens ter inzage hadden moeten worden gegeven, en 2) of er niet een rectificatie van gegevens had moeten plaatsvinden. Als de rechtbankuitspraak wordt uitgevoerd, worden de gegevens vernietigd en zou de door [wederpartij] in hoger beroep verlangde beoordeling op voorhand onmogelijk worden gemaakt.</para>
    <para>w.g. Borman</para>
    <para>voorzieningenrechter</para>
    <para>w.g. Meerman</para>
    <para>griffier</para>
    <para>960</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>