<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2022:463</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-12T14:01:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">202200496/2/V2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2022:463">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2022:463</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-14T15:11:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2022:463 Raad van State , 14-02-2022 / 202200496/2/V2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2022:463:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 21 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2022:463:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>202200496/2/V2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 14 februari 2022</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:</para>
    <para>[de vreemdeling],</para>
    <para>verzoekster,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 20 januari 2022 in zaak nr. NL21.20123 in het geding tussen:</para>
    <para>de vreemdeling</para>
    <para>en</para>
    <para>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 21 december 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</para>
    <para>Bij uitspraak van 20 januari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.</para>
    <para>2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).</para>
    <para>3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist;</para>
    <para>II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Wezep, griffier.</para>
    <para>De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen</para>
    <para>w.g. Van Wezep</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2022</para>
    <para>844</para>
    <para>202200496/2/V2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 14 februari 2022</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:</para>
    <para>[de vreemdeling],</para>
    <para>verzoekster,</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 20 januari 2022 in zaak nr. NL21.20123 in het geding tussen:</para>
    <para>de vreemdeling</para>
    <para>en</para>
    <para>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 21 december 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.</para>
    <para>Bij uitspraak van 20 januari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.</para>
    <para>2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).</para>
    <para>3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist;</para>
    <para>II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Wezep, griffier.</para>
    <para>De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen</para>
    <para>w.g. Van Wezep</para>
    <para>griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2022</para>
    <para>844</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>