<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2019:3026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-04T10:31:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201601663/5/R2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:3026">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:3026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-04T10:15:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2019:3026 Raad van State , 04-09-2019 / 201601663/5/R2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2019:3026:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 2 december 2015, kenmerk Z/14/36187-VB/15/05593, heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord" vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2019:3026:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201601663/5/R2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 4 september 2019</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para>1.    [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],</para>
    <para>2.    [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],</para>
    <para>en</para>
    <para>de raad van de gemeente Stichtse Vecht,</para>
    <para>verweerder.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 2 december 2015, kenmerk Z/14/36187-VB/15/05593, heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord" vastgesteld.</para>
    <para>Bij tussenuitspraak van 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2672, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 2 december 2015 te herstellen.</para>
    <para>Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 6 maart 2018, kenmerk Z/17/122745-VB/18/09259, het bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord" gewijzigd.</para>
    <para>Bij tussenuitspraak van 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3519, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 6 maart 2018 te herstellen.</para>
    <para>Deze termijn is bij beschikking van 1 februari 2019 verlengd tot 3 april 2019.</para>
    <para>Ter uitvoering van de tussenuitspraak van 31 oktober 2018 heeft de raad bij besluit van 2 april 2019, het bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord" gewijzigd.</para>
    <para>De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.    De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 4 oktober 2017 overwogen dat het plan gebreken bevat voor zover het betrekking heeft op het westelijke bouwvlak voor het perceel [locatie 1] (onder 6.1. en 6.2). In deze tussenuitspraak is de raad opgedragen om het plan in zoverre te herstellen.</para>
    <para>De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 31 oktober 2018 overwogen dat het besluit van 6 maart 2018 waarbij het plan is gewijzigd gebreken bevat voor zover het betrekking heeft op het westelijke bouwvlak voor het perceel [locatie 2]-[locatie 1] (onder 9.2, 9.3 en 10.2). In deze tussenuitspraak is de raad opgedragen om het plan in zoverre te herstellen.</para>
    <para>Deze gebreken leiden tot het oordeel dat ten aanzien van het bedoelde plandeel beide besluiten tot het vaststellen van het plan zijn genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn gegrond, zodat de bestreden besluiten in zoverre dienen te worden vernietigd.</para>
    <para>2.    De raad heeft bij besluit van 2 april 2019 naar aanleiding van de genoemde gebreken het plan gewijzigd.</para>
    <para>3.    Het besluit van 2 april 2019 is ingevolge artikel 6:19 van de Awb mede onderwerp van het geding. De beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] worden geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit.</para>
    <para>4.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben naar aanleiding van het besluit van 2 april 2019 geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat zij geen bezwaren hebben tegen dit besluit. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.</para>
    <para>5.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>I.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] tegen de besluiten van 2 december 2015 en 6 maart 2018 gegrond;</para>
    <para>II.    vernietigt het besluit van 2 december 2015, kenmerk Z/14/36187-VB/15/05593, zoals gewijzigd bij het besluit van 6 maart 2018, kenmerk Z/17/122745-VB/18/09259, voor zover dit betreft het westelijke bouwvlak voor het perceel [locatie 2]-[locatie 1];</para>
    <para>III.    verklaart de beroepen tegen het besluit van 2 april 2019 tot wijziging van het bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord" ongegrond;</para>
    <para>IV.    veroordeelt de raad van de gemeente Stichtse Vecht tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.821,51 (zegge: achttienhonderdeenentwintig euro en eenenvijftig cent), waarvan een bedrag van € 1.792,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;</para>
    <para>veroordeelt de raad van de gemeente Stichtse Vecht tot vergoeding van bij [appellant sub 2] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.792,00 (zegge: zeventienhonderdtweeënnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;</para>
    <para>V.    gelast dat de raad van de gemeente Stichtse Vecht aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) voor [appellant sub 1] en € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) voor [appellant sub 2] vergoedt;</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Scheele, griffier.</para>
    <para>w.g. Hagen    w.g. Scheele</para>
    <para>voorzitter    griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2019</para>
    <para>723.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>