<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2019:183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-23T13:26:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201800664/1/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBDHA:2017:14666" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2017:14666, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-23T10:16:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2019:183 Raad van State , 23-01-2019 / 201800664/1/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2019:183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 13 september 2016 heeft het college naar aanleiding van het verzoek van [appellant] op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: de Wbp) informatie verstrekt over de door de gemeente Katwijk verwerkte persoonsgegevens van [appellant].</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2019:183:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201800664/1/A3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 23 januari 2019</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 december 2017 in zaak nr. 17/679 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Katwijk.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 13 september 2016 heeft het college naar aanleiding van het verzoek van [appellant] op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: de Wbp) informatie verstrekt over de door de gemeente Katwijk verwerkte persoonsgegevens van [appellant].</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 21 december 2016 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 12 december 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 oktober 2018, waar [appellant], vertegenwoordigd door N.G.A. Voorbach, rechtsbijstandverlener, en het college, vertegenwoordigd door mr. F.L. Oudshoorn en S.M.W. van der Weijden, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>Toepasselijk recht</para>
    <para />
    <para>1.    Op 25 mei 2018 is Verordening 2016/679 (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in werking getreden en is de Wbp ingetrokken. Op dit geding is de Wbp van toepassing.</para>
    <para />
    <para>Bestreden deel uitspraak</para>
    <para />
    <para>2.    De rechtbank heeft overwogen dat het college ter zitting bij de rechtbank desgevraagd heeft verklaard dat het college nooit enige informatie betreffende [appellant] heeft gezonden aan het VNG-forum. Het college heeft deze stelling onderbouwd met een overzicht van hetgeen van zijn kant op het VNG-forum is gepost. De rechtbank is van oordeel dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het college wel informatie over [appellant] heeft gedeeld op het VNG-forum. De enkele stelling ter zitting dat [appellant] uit andere zaken is gebleken dat gemeenten niet altijd eerlijk zijn over het delen van informatie op het VNG-forum, acht de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat het college niet de waarheid spreekt.</para>
    <para />
    <para>    De rechtbank is van oordeel dat [appellant] geen belang heeft bij de procedure aangezien het college geen verwerkte persoonsgegevens van [appellant] kan verstrekken, anders dan die reeds aan [appellant] zijn verstrekt op zijn verzoek. De rechtbank heeft het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>Hoger beroep</para>
    <para />
    <para>3.    [appellant] betoogt dat de rechtbank hem ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>3.1.     De rechtbank heeft de stelling van het college dat het geen persoonlijke gegevens van [appellant] op het forum heeft geplaatst en dat het geen rol heeft gespeeld in de bespreking van de zaken van [appellant] op het VNG-forum, gelet op het overzicht van de VNG, geloofwaardig geacht en acht het tegendeel onvoldoende aangetoond door [appellant]. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, leidt dat echter niet tot de conclusie dat [appellant] geen procesbelang heeft, maar, als de beoordeling van de rechtbank juist is, tot de conclusie dat het beroep ongegrond is.</para>
    <para />
    <para>    In zoverre slaagt het betoog van [appellant].</para>
    <para />
    <para>3.2.    Omdat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat geloofwaardig is dat geen persoonsgegevens zijn verstrekt, is het beroep van [appellant] ongegrond.</para>
    <para />
    <para>4.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [appellant] tegen het besluit van 21 december 2016 van het college alsnog ongegrond verklaren.</para>
    <para />
    <para>5.    Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>I.    verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 december 2017 in zaak nr. 17/679;</para>
    <para />
    <para>III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;</para>
    <para />
    <para>IV.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Katwijk tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1024,00 (zegge: duizendvierentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;</para>
    <para />
    <para>V.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Katwijk aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Rietberg, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Borman    w.g. Rietberg</para>
    <para>voorzitter    griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2019</para>
    <para />
    <para>725.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>