<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2019:1547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-27T13:33:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201809793/1/A2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2018:5551" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2018:5551, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:1547">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2019:1547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-15T10:16:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2019:1547 Raad van State , 15-05-2019 / 201809793/1/A2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2019:1547:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 9 maart 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag van [appellante] voor 2017 herzien en op € 2.873,00 gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2019:1547:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201809793/1/A2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 15 mei 2019</para>
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para>[appellante], wonend te [woonplaats],</para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 8 november 2018 in zaak nr. 18/1532 in het geding tussen:</para>
    <para>[appellante]</para>
    <para>en</para>
    <para>de Belastingdienst/Toeslagen.</para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para>Bij besluit van 9 maart 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag van [appellante] voor 2017 herzien en op € 2.873,00 gesteld.</para>
    <para>Bij besluit van 2 april 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para>Bij uitspraak van 8 november 2018 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para>De Belastingdienst/Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.</para>
    <para>[appellante] heeft nadere stukken ingebracht.</para>
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 mei 2019, waar [appellante] en de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door E.J.E. Groothuis, zijn verschenen.</para>
    <para>Overwegingen</para>
    <para>1.    De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan zijn besluit van 2 april 2018 ten grondslag gelegd dat [dochter] de maanden januari tot en met oktober van het jaar 2017 in de basisregistratie personen op hetzelfde adres stond ingeschreven als [appellante] en dat het geschatte inkomen van [dochter] daarom betrokken dient te worden bij de berekening van de huurtoeslag van [appellante]. Volgens de rechtbank heeft de Belastingdienst/Toeslagen dit terecht gedaan.</para>
    <para>2.    In hoger beroep komt [appellante] op tegen het oordeel van de rechtbank. Volgens [appellante] woonde [dochter], haar meerderjarige dochter, niet bij haar in huis, maar zwierf zij sinds medio 2016 al op straat. [dochter] had ernstige psychiatrische problemen en weigerde zich te laten uitschrijven van het adres van [appellante]. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft [appellante] verklaringen overgelegd van [casemanager] werkzaam bij Altrecht geestelijke gezondheidszorg, die [dochter] als patiënt in behandeling had, [persoon], die [appellante] af en toe helpt met klussen in en om haar woning, [vader] van [dochter], en [dochter] zelf. Omdat [dochter] niet bij haar in huis woonde had de Belastingdienst/Toeslagen het geschatte inkomen van [dochter] niet bij de berekening van haar huurtoeslag mogen betrekken, aldus [appellante].</para>
    <para>3.    De Afdeling is van oordeel dat [appellante] met de door haar in hoger beroep overgelegde stukken niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een onjuiste inschrijving die haar niet te verwijten is. De door [appellante] overgelegde verklaringen duiden erop dat [dochter] vanaf medio 2016 feitelijk niet bij [appellante] in huis woonde. Met de verklaringen heeft [appellante] echter niet aannemelijk gemaakt dat zij heeft geprobeerd [dochter] van haar adres uit te schrijven. De Belastingdienst/Toeslagen heeft [dochter] dan ook terecht aangemerkt als medebewoner van [appellante] en het geschatte inkomen van [dochter] terecht betrokken bij de berekening van de huurtoeslag van [appellante] voor 2017.</para>
    <para>    Het betoog faalt.</para>
    <para>4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para>5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para>Beslissing</para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier.</para>
    <para>w.g. Steendijk    w.g. Dijkshoorn</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer    griffier</para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2019</para>
    <para>735.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>