<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2018:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-24T13:33:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201709850/1/V3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2018:91">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2018:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-16T11:05:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2018:91 Raad van State , 15-01-2018 / 201709850/1/V3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2018:91:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 14 november 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2018:91:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201709850/1/V3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 15 januari 2018</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[de vreemdeling],</para>
    <para>appellant,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 december 2017 in zaak nr. NL17.12843 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 14 november 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.</para>
    <para />
    <para>Op 5 december 2017 heeft de rechtbank op het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep uitspraak gedaan.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.H.K. van Middelkoop, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1.    Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.</para>
    <para />
    <para>2.    De Afdeling overweegt ambtshalve dat de aangevallen uitspraak de beslissing van de rechtbank niet vermeldt. De aangevallen uitspraak is derhalve in strijd met artikel 8:77, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb en komt om die reden voor vernietiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>3.    Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, doch uitsluitend voor zover de rechtbank daarbij heeft nagelaten het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 14 november 2017 ongegrond te verklaren en het verzoek om schadevergoeding af te wijzen. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling dit beroep alsnog ongegrond verklaren en het verzoek om schadevergoeding afwijzen.</para>
    <para />
    <para>4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>I.    verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 december 2017 in zaak nr. NL17.12843 voor zover het beroep van de vreemdeling daarbij niet ongegrond is verklaard en het verzoek om schadevergoeding niet is afgewezen;</para>
    <para />
    <para>III.    verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;</para>
    <para />
    <para>IV.    wijst het verzoek om schadevergoeding af;</para>
    <para />
    <para>V.    bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Verheij    w.g. Van Laar</para>
    <para>voorzitter    griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2018</para>
    <para />
    <para>551.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>