<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2018:1669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-30T10:32:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201800773/1/R2 en 201800773/2/R2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2018:1669">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2018:1669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-23T10:00:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2018:1669 Raad van State , 23-05-2018 / 201800773/1/R2 en 201800773/2/R2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2018:1669:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 25 september 2017 heeft het college hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Koninginnebastion".</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2018:1669:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201800773/1/R2 en 201800773/2/R2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 23 mei 2018</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Geertruidenberg,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg,</para>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 25 september 2017 heeft het college hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan "Koninginnebastion".</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit hebben [appellant A] en [appellant B] beroep ingesteld.</para>
    <para>Voorts hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 april 2018, waar [appellant A] en het college, vertegenwoordigd door E.J. Dekkers, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting gehoord de initiatiefnemers van de ontwikkeling waarop het bestemmingsplan ziet, stichting Thuisvester, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en stichting Zorgorganisatie Het Hoge Veer, vertegenwoordigd door mr. J.A. Mohuddy en mr. S.E.A. Groeneveld, advocaten te Breda, bijgestaan door [gemachtigden], gehoord.</para>
    <para />
    <para>Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1.    In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.</para>
    <para />
    <para>2.    Het beroep van [appellant A] en [appellant B] steunt niet op een bij het college naar voren gebrachte zienswijze.</para>
    <para />
    <para>    Uit artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, volgt dat een belanghebbende geen beroep kan instellen tegen onderdelen van een besluit dat met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb is genomen waarover hij bij het ontwerpbesluit geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten. Van deze omstandigheid is niet gebleken.</para>
    <para />
    <para>    Het beroep van [appellant A] en [appellant B] is derhalve niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>3.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.</para>
    <para />
    <para>4.    Voor een proceskosten veroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>I.    verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>II.    wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Vogel-Carprieaux</para>
    <para>voorzieningenrechter    griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2018</para>
    <para />
    <para>458.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>