<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2017:289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-15T10:32:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201608788/2/R1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:289">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2017:289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-07T10:09:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2017:289 Raad van State , 07-02-2017 / 201608788/2/R1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2017:289:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 29 september 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "3e Herziening Schoorl, kernen en buurtschappen" vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2017:289:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201608788/2/R1.</para>
    <para>Datum uitspraak: 7 februari 2017</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[verzoeker], wonend te Schoorl, gemeente Bergen,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de raad van de gemeente Bergen,</para>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 29 september 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "3e Herziening Schoorl, kernen en buurtschappen" vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 januari 2017, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. M.H.J. van Driel, advocaat te Amsterdam, en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. P.J.M. Hink en S.J.H. Bek, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord [belanghebbende], bijgestaan door mr. L.T. van Eijck van Heslinga.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
    <para />
    <para>2. [verzoeker] richt zich tegen de bestemming "Recreatie" en de aanduiding "recreatiewoning" ter plaatse van het perceel [locatie] van [belanghebbende]. Hij betoogt dat de aanwezige recreatiewoning ten onrechte als zodanig is bestemd. Hiertoe voert hij aan dat de recreatiewoning illegaal is opgericht en dat het gebruik van de woning niet eerder is toegestaan.</para>
    <para />
    <para>3. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    <para />
    <para>4. [belanghebbende] heeft ter zitting verklaard geen omgevingsvergunning voor bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht te zullen aanvragen alvorens de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak heeft gedaan en evenmin tot die uitspraak vergunningsvrije bouwwerken te zullen oprichten. Onder deze omstandigheden en nu ook anderszins niet is gebleken dat met de inwerkingtreding van het plan onomkeerbare gevolgen zullen ontstaan voordat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de hoofdzaak, is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van de verzochte voorziening kan rechtvaardigen.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat indien, ondanks de genoemde verklaring, [belanghebbende] een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen indient voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, de raad [verzoeker] hiervan op de hoogte zal stellen, zodat zij zo nodig een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening kan indienen.</para>
    <para />
    <para>6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Koeman w.g. Hupkes</para>
    <para>voorzieningenrechter griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2017</para>
    <para />
    <para>635.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>