<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2016:99</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T23:38:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201504247/1/A4</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=3:15">Algemene wet bestuursrecht 3:15</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:13">Algemene wet bestuursrecht 6:13</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JB 2016/45 met annotatie van M.J.O. Copier</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2016/116 met annotatie van M.J.O. Copier</rdf:li>
          <rdf:li>JOM 2016/505</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:99">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:99</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-20T09:43:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2016:99 Raad van State , 20-01-2016 / 201504247/1/A4</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2016:99:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 21 april 2015 heeft het college het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in de wijk Eykenduynen (wijk 83) te Den Haag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2016:99:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201504247/1/A4.</para>
    <para>Datum uitspraak: 20 januari 2016</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te Den Haag,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,</para>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 21 april 2015 heeft het college het plaatsingsplan vastgesteld voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in de wijk Eykenduynen (wijk 83) te Den Haag.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 december 2015, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M. van der Helm en ing. R. van Coevorden, is verschenen.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.</para>
    <para />
    <para>2. [appellant] stelt dat hij op 3 maart 2015 een zienswijze heeft ingevoerd in het daarvoor bestemde formulier op de website van de gemeente. Hij stelt dat hij een schermprint van de door hem ingevoerde tekst heeft gemaakt, omdat het hem verbaasde dat hij geen bevestiging ontving van de indiening van zijn zienswijze. Op deze schermprint is het webformulier te zien met de tekst van zijn zienswijze ingevuld in het daarvoor bestemde invulveld. De overige invulvelden, waaronder een aantal verplichte velden, zijn niet ingevuld. Het college stelt deze zienswijze niet te hebben ontvangen.</para>
    <para />
    <para>2.1. De Afdeling overweegt dat het aan [appellant] is om aannemelijk te maken dat hij zijn zienswijze via het webformulier heeft ingediend. De enkele stelling dat hij dat heeft gedaan, is daartoe onvoldoende.</para>
    <para />
    <para>De door [appellant] overgelegde schermprint van het gedeeltelijk ingevulde webformulier toont niet aan dat hij het formulier volledig heeft ingevuld en verstuurd. Ter zitting is digitaal het formulier op de website van de gemeente Den Haag bekeken. Gebleken is dat, indien niet alle verplichte velden zijn ingevuld, het formulier niet kan worden verstuurd. Indien dat wel wordt geprobeerd, verschijnt bij elk veld in rood de melding dat het desbetreffende veld niet is ingevuld en dat het een verplicht veld is. Nu deze meldingen niet op de schermprint van [appellant] staan, had hij daarom op het moment van het maken daarvan nog niet geprobeerd het webformulier te versturen.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het voorgaande heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat hij een zienswijze heeft ingediend. De omstandigheid dat [appellant] ervan uitging dat hij zijn zienswijze via het webformulier had ingediend, terwijl dat niet het geval was, komt voor zijn eigen risico. Deze omstandigheid maakt dan ook niet dat het niet indienen van een zienswijze hem redelijkerwijs niet kan worden verweten.</para>
    <para />
    <para>3. Het beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Kors, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Timmerman-Buck w.g. Kors</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2016</para>
    <para />
    <para>687.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>