<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2016:3436</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-28T10:32:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201603006/1/V3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:3436">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:3436</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-22T11:17:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2016:3436 Raad van State , 21-12-2016 / 201603006/1/V3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2016:3436:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 15 januari 2016 heeft de korpschef de vreemdeling bevolen onmiddellijk naar het grondgebied van Italië terug te keren. Dit besluit is aangehecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2016:3436:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201603006/1/V3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 21 december 2016</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[de vreemdeling],</para>
    <para>appellant,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 31 maart 2016 in zaak nr. 16/2651 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 15 januari 2016 heeft de korpschef de vreemdeling bevolen onmiddellijk naar het grondgebied van Italië terug te keren. Dit besluit is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 31 maart 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bhadai, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. De vreemdeling klaagt in grief 1 dat de rechtbank het beroepschrift en het aanvullend beroepschrift ter behandeling als bezwaarschrift had moeten doorzenden naar de staatssecretaris.</para>
    <para />
    <para>1.1. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij een inhoudelijke beoordeling daarvan. Zij heeft daarmee niet onderkend dat tegen het besluit van 15 januari 2016 eerst bezwaar openstond. De wetgever heeft een bevel als bedoeld in artikel 62a, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 - anders dan een separaat terugkeerbesluit - namelijk niet opgenomen in de bij de Awb behorende Bijlage 1, getiteld 'Regeling rechtstreeks beroep'. Ook overigens heeft de wetgever voor een dergelijk bevel geen uitzondering gemaakt op de hoofdregel dat daartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt. De vreemdeling klaagt dan ook terecht dat de rechtbank het beroepschrift en het aanvullend beroepschrift ter behandeling als bezwaarschrift had moeten doorzenden naar de staatssecretaris. Deze klacht leidt echter niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak, omdat de rechtbank het beroep terecht - zij het om een andere reden - niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. De vreemdeling klaagt in grief 2 dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem tegen het besluit van 15 januari 2016 ingestelde beroep.</para>
    <para />
    <para>2.1. Deze grief behoeft gelet op hetgeen onder 1.1. is overwogen geen bespreking meer.</para>
    <para />
    <para>3. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroepschrift en het aanvullend beroepschrift alsnog krachtens artikel 6:15, tweede lid, van de Awb ter behandeling als bezwaarschrift naar de staatssecretaris doorzenden.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. G. van der Wiel en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Verheij w.g. Waasdorp</para>
    <para>voorzitter griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2016</para>
    <para />
    <para>714.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>