<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2016:3385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-21T10:32:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201605441/1/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:3385">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:3385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-21T10:01:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2016:3385 Raad van State , 21-12-2016 / 201605441/1/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2016:3385:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij uitspraak van 5 augustus 2015 in de zaken met nrs. 201407169/1/A3 en 201407163/1/A3 heeft de Afdeling de hoger beroepen van [verzoeker] en anderen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2016:3385:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201605441/1/A3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 21 december 2016</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het verzoek van:</para>
    <para />
    <para>[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te [woonplaats], [verzoeker C], wonend te [woonplaats], [verzoeker D], wonend te [woonplaats], en [verzoeker E], wonend te [woonplaats], (hierna samen: [verzoeker] en anderen),</para>
    <para />
    <para>om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2015 in de zaken met nrs. 201407169/1/A3 en 201407163/1/A3.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 5 augustus 2015 in de zaken met nrs. 201407169/1/A3 en 201407163/1/A3 heeft de Afdeling de hoger beroepen van [verzoeker] en anderen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>[verzoeker] en anderen hebben de Afdeling schriftelijk verzocht deze uitspraak te herzien.</para>
    <para />
    <para>Desgevraagd hebben [verzoeker] en anderen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:57 van de Awb om uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. In de uitspraak van 5 augustus 2015 heeft de Afdeling de hoger beroepen van [verzoeker] en anderen ongegrond verklaard omdat de rechtbank Oost-Brabant terecht heeft geoordeeld, dat het college van gedeputeerde staten van Zeeland openbaarmaking van de in de vertrekovereenkomsten met twee directeuren vermelde bezoldingspercentages heeft mogen weigeren.</para>
    <para />
    <para>2. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:</para>
    <para />
    <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,</para>
    <para />
    <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
    <para />
    <para>c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
    <para />
    <para>3. [verzoeker] en anderen betogen dat de Afdeling ten onrechte het hiervoor, onder 1, weergegeven oordeel van de rechtbank heeft onderschreven. Daartoe wijzen zij op een aantal aspecten die maken dat de uitspraak van 5 augustus 2015 onjuist zou zijn.</para>
    <para />
    <para>3.1. In hetgeen [verzoeker] en anderen aanvoeren zijn geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb gelegen, reeds omdat zij niet hebben gesteld, laat staan aannemelijk hebben gemaakt, dat de door hen vermelde feiten en omstandigheden niet vóór die uitspraak bij hen bekend waren en redelijkerwijs niet bij hen bekend konden zijn.</para>
    <para />
    <para>Het betoog faalt.</para>
    <para />
    <para>4. Op grond van het voorgaande moet het verzoek worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. Hartsuiker, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Borman w.g. Hartsuiker</para>
    <para>voorzitter griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2016</para>
    <para />
    <para>620.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>