<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2016:2604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-12T17:59:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201505143/1/A2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2015:3310" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:3310, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:2604">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:2604</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-05T10:06:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2016:2604 Raad van State , 05-10-2016 / 201505143/1/A2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2016:2604:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 30 april 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellante] toegekende kinderopvangtoeslag voor het jaar 2013 gewijzigd van € 22.038,00 naar nihil.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2016:2604:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201505143/1/A2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 5 oktober 2016</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 12 mei 2015 in zaak nr. 14/7301 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellante]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Belastingdienst/Toeslagen.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 30 april 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellante] toegekende kinderopvangtoeslag voor het jaar 2013 gewijzigd van € 22.038,00 naar nihil.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 10 november 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 12 mei 2015 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De Belastingdienst/Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 8 april 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan [appellante] toegekende kinderopvangtoeslag voor het jaar 2013 opnieuw berekend en vastgesteld op € 22.833,00.</para>
    <para />
    <para>[appellante] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen reactie gegeven op dat besluit.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling van de zaak ter zitting.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>Wettelijk kader</para>
    <para />
    <para>1. In artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bepaald dat het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge het zesde lid staat intrekking of vervanging van het bestreden besluit niet in de weg aan vernietiging van dat besluit indien de indiener van het bezwaar- of beroepschrift daarbij belang heeft.</para>
    <para />
    <para>Uit het bepaalde in artikel 6:24 volgt dat artikel 6:19 van overeenkomstige toepassing is indien hoger beroep kan worden ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het hoger beroep</para>
    <para />
    <para>2. Met het besluit van 8 april 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het bestreden besluit van 10 november 2014 vervangen. [appellante] heeft niet aangevoerd desondanks belang te hebben bij vernietiging van het besluit van 10 november 2014.</para>
    <para />
    <para>Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang daarbij.</para>
    <para />
    <para>Het besluit van 8 april 2016</para>
    <para />
    <para>3. Met het besluit van 8 april 2016 is de Belastingdienst/Toeslagen volledig aan het bezwaar van [appellante] tegemoetgekomen. De toegekende kinderopvangtoeslag voor het jaar 2013 is daarbij zelfs hoger vastgesteld dan het eerder bij besluit van 14 maart 2014 toegekende bedrag van € 22.038,00. [appellante] heeft ook geen gronden ingediend tegen het besluit van 8 april 2016.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb is er, vanwege het ontbreken van belang daarbij, geen beroep van rechtswege ontstaan tegen het besluit van 8 april 2016.</para>
    <para />
    <para>Proceskostenveroordeling</para>
    <para />
    <para>4. Aangezien de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellante] is tegemoetgekomen, dient de dienst op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>II. veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 496,00 (zegge: vierhonderdzesennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;</para>
    <para />
    <para>III. gelast dat de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 293,00 (zegge: tweehonderddrieënnegentig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.G. de Vries-Biharie, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. De Vries-Biharie</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2016</para>
    <para />
    <para>611.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>