<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2016:2387</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-26T11:05:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201509190/1/V2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2015:9773" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2015:9773, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:2387">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:2387</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-31T10:01:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2016:2387 Raad van State , 26-08-2016 / 201509190/1/V2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2016:2387:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij onderscheiden besluiten van 18 november 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2016:2387:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201509190/1/V2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 26 augustus 2016</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen,</para>
    <para>appellanten,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht (hierna: de rechtbank), van 10 december 2015 in zaken nrs. 15/20379 en 15/20383 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdelingen</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij onderscheiden besluiten van 18 november 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. Deze besluiten zijn aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 10 december 2015 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. E. Ceylan, advocaat te Amersfoort, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. In hun grief klagen de vreemdelingen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij wegens het ontbreken van nieuwe elementen of bevindingen niet toekomt aan toetsing van de besluiten.</para>
    <para />
    <para>1.1. De rechtbank heeft het zogenoemde ne bis-beoordelingskader toegepast (uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7124). De Afdeling heeft bij uitspraak van 22 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1759, echter overwogen dat dit beoordelingskader niet langer geldt, en dat de bestuursrechter daarom voortaan in alle gevallen het besluit op een opvolgende asielaanvraag overeenkomstig artikel 8:69 van de Awb moet toetsen in het licht van de daartegen door de vreemdeling aangevoerde beroepsgronden. Aangezien de rechtbank dit niet heeft gedaan, slaagt de grief.</para>
    <para />
    <para>2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 8:115, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.</para>
    <para />
    <para>3. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>I. verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 10 december 2015 in zaken nrs. 15/20379 en 15/20383;</para>
    <para />
    <para>III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;</para>
    <para />
    <para>IV. stelt de door de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 496,00 (zegge: vierhonderdzesennegentig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.R. Fernandez, griffier.</para>
    <para />
    <para>De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen</para>
    <para />
    <para>w.g. Fernandez</para>
    <para>griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2016</para>
    <para />
    <para>753.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>