<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2016:1322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-08T11:29:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201509438/1/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2016/4941</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:1322">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2016:1322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-18T10:04:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2016:1322 Raad van State , 18-05-2016 / 201509438/1/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2016:1322:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 31 december 2014 heeft het college een verzoek van [appellant] om registratie van de ontbinding van zijn huwelijk met [persoon] in de basisregistratie personen (hierna: BRP) afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2016:1322:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201509438/1/A3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 18 mei 2016</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te Tilburg,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 december 2015 in zaak nr. 15/4826 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 31 december 2014 heeft het college een verzoek van [appellant] om registratie van de ontbinding van zijn huwelijk met [persoon] in de basisregistratie personen (hierna: BRP) afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 3 juli 2015 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 15 december 2015 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak op 3 mei 2016 ter zitting aan de orde gesteld, waar geen van de partijen is verschenen.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Het college heeft de afwijzing van het verzoek van [appellant] in bezwaar gehandhaafd omdat niet vaststaat dat het huwelijk met [persoon] op 8 augustus 2001 is ontbonden. Eerder ingeleverde documenten en afgelegde verklaringen zijn in tegenspraak met de overgelegde scheidingsakte. Ook kan de scheidingsakte niet worden geregistreerd in de BRP omdat [persoon] hiermee niet instemt, aldus het college.</para>
    <para />
    <para>2. In beroep heeft [appellant] betoogd dat het huwelijk met [persoon] naar Nederlands recht nietig is omdat het in strijd is met de openbare orde. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] zich met een dergelijk verzoek tot het college moet richten. Dit is namelijk een ander verzoek dan het oorspronkelijke verzoek dat het college bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 31 december 2014 heeft afgewezen en in beroep ter beoordeling voorligt. Om die reden heeft de rechtbank overwogen niet over dit betoog te kunnen oordelen.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep betoogt [appellant] daarentegen dat het college ten onrechte heeft geweigerd de echtscheiding te registreren. Hiertoe heeft hij een ‘acte notoriete de divorce’ overgelegd. Hieruit blijkt dat [persoon] bekend is met de echtscheiding. Bovendien heeft zij ingestemd met de echtscheiding, aldus [appellant].</para>
    <para />
    <para>4. Deze grond, die afwijkt van het in beroep aangevoerde betoog, is niet gericht tegen de uitspraak van de rechtbank en bovendien voor het eerst in hoger beroep aangevoerd. Het ter onderbouwing van deze grond overgelegde document is ook niet eerder ingebracht. Aangezien het hoger beroep moet zijn gericht tegen de uitspraak van de rechtbank en er geen reden is waarom het betoog dat het college ten onrechte geweigerd heeft de echtscheiding te registreren niet reeds bij de rechtbank kon worden aangevoerd, en [appellant] dit uit een oogpunt van een zorgvuldig en doelmatig gebruik van rechtsmiddelen had behoren te doen, moet dit betoog buiten beschouwing blijven.</para>
    <para />
    <para>5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. G.M.H. Hoogvliet, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. Beerse, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Hoogvliet w.g. Beerse</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2016</para>
    <para />
    <para>382-805.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>