<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2015:3955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-15T10:46:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201506255/1/R1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0020449">Wet ruimtelijke ordening</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Horeca 2016/2702</rdf:li>
          <rdf:li>JOM 2016/1369</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2015:3955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2015:3955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-23T10:12:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2015:3955 Raad van State , 23-12-2015 / 201506255/1/R1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2015:3955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 20 april 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Kennispark 2013" vastgesteld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2015:3955:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201506255/1/R1.</para>
    <para>Datum uitspraak: 23 december 2015</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te Enschede,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de raad van de gemeente Enschede,</para>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 20 april 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Kennispark 2013" vastgesteld</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De raad heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 december 2015, waar de raad, vertegenwoordigd door ing. T.E. Ruiter, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.</para>
    <para />
    <para>2. Het plangebied omvat de campus van de Universiteit Twente en het Business &amp; Sciencepark.</para>
    <para />
    <para>3. [appellant], die op korte afstand van het plangebied een horecabedrijf exploiteert, betoogt dat in artikel 3, lid 3.1, onder a, sub 6, van de planregels ten onrechte niet de beperking is opgenomen, dat niet meer dan één horecabedrijf is toegestaan. Hij vreest dat het ontbreken van een beperking zal leiden tot een versnipperd aanbod van horecabedrijven op het bedrijventerrein, hetgeen niet in het belang is van het bedrijventerrein. Voorts is hij van mening, dat hij vanwege het ontbreken van een beperking aan het aantal horecabedrijven niet kan overzien welke consequenties deze bepaling heeft voor zijn bedrijfsvoering.</para>
    <para />
    <para>4. De raad stelt zich op het standpunt dat de mogelijkheid van meerdere kleinschalige horecabedrijven een gewenste ontwikkeling is, omdat voor het Kennispark vanwege de bijzondere mix van kennisintensieve economische functies en academische netwerken behoefte bestaat aan publieksgerichte voorzieningen voor het netwerken tussen de verschillende gebruikers.</para>
    <para />
    <para>5. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder a, sub 6, van de planregels zijn de voor "Bedrijf" aangewezen gronden bestemd voor horeca genoemd in categorie 1 van de hoofdgroep Horeca van bijlage 1 buiten de aanduiding "Horeca", met dien verstande dat het maximum oppervlak van deze functie beperkt is tot 150 m2 bruto-vloeroppervlak.</para>
    <para />
    <para>6. De Afdeling overweegt dat de Wet ruimtelijke ordening er niet toe strekt bedrijven tegen de vestiging van concurrerende bedrijven in hun verzorgingsgebied te beschermen. Concurrentieverhoudingen vormen bij een planologische belangenafweging in beginsel geen in aanmerking te nemen belang. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen, dat de mogelijkheid van meerdere kleinschalige horecabedrijven een bij het Kennispark passende ontwikkeling is en dat het plan ruimte dient te bieden voor behoefte en trends vanuit de markt. Daarbij acht de Afdeling het ontbreken van een beperking aan het aantal kleinschalige horecabedrijven niet in strijd met de rechtszekerheid. Het betoog faalt.</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier.</para>
    <para />
    <para>w.g. Van der Wiel w.g. Melse</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer griffier</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2015</para>
    <para />
    <para>191.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>