<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2014:2766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T19:14:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201311222/1/A2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2014:2766">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2014:2766</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-23T10:32:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2014:2766 Raad van State , 23-07-2014 / 201311222/1/A2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2014:2766:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij brief van 15 april 2013 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad op zijn bezwaarschrift van 1 april 2010.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2014:2766:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201311222/1/A2.</para>
    <para>Datum uitspraak: 23 juli 2014</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant],</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 november 2013 in zaak nr. 13/1325 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de Raad voor Rechtsbijstand (lees: het bestuur van de raad voor rechtsbijstand; hierna: de raad).</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 15 april 2013 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad op zijn bezwaarschrift van 1 april 2010.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 7 november 2013 heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De raad heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>Met toestemming van partijen is een zitting achterwege gelaten, waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt. Drie jaar na de indiening van zijn bezwaarschrift van 1 april 2010 bij de raad heeft [appellant] beroep, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, bij de rechtbank ingesteld. Op de vraag van de Afdeling waarom [appellant] eerst na drie jaar dit beroep bij de rechtbank aanhangig heeft gemaakt, heeft de gemachtigde van [appellant] geantwoord dat hij, nadat hij namens [appellant] dit bezwaarschrift had ingediend, hoopte dat de zaak in onderling overleg kon worden geregeld. Verder licht de gemachtigde van [appellant] - samengevat - toe dat hij vanwege de verdubbelde asielinstroom en de daarop volgende procedures niet de gelegenheid heeft gehad om nog een rechterlijke procedure op te starten.</para>
    <para />
    <para>Aangezien er geen aanknopingspunten voorhanden zijn die de conclusie rechtvaardigen dat [appellant] er vanuit mocht gaan dat de raad binnen afzienbare tijd een besluit op zijn bezwaarschrift van 1 april 2010 zou nemen, heeft [appellant] onderhavig beroep onredelijk laat bij de rechtbank ingesteld. Uit artikel 6:12, vierde lid, van de Awb volgt dat dit beroep derhalve niet-ontvankelijk is. Reeds hierom heeft de rechtbank het beroep van [appellant], gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hetgeen [appellant] in zijn hogerberoepschrift heeft aangevoerd, behoeft, gelet op het voorgaande, geen bespreking meer.</para>
    <para />
    <para>3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. de Heer, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para>w.g. Borman w.g. De Heer</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2014</para>
    <para />
    <para>636.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>