<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2014:2540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T03:48:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201310140/1/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBOVE:2013:3884" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2013:3884, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2014:2540">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2014:2540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-09T10:32:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2014:2540 Raad van State , 09-07-2014 / 201310140/1/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2014:2540:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 12 maart 2013 heeft het college een gedoogvergunning voor het innemen van een standplaats voor de verkoop van bloemen en planten op zaterdag op het plein Achter de Broeren te Zwolle verleend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2014:2540:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201310140/1/A3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 9 juli 2014</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te Zwolle,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 26 september 2013 in zaak nr. 13/1590 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Zwolle.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 12 maart 2013 heeft het college een gedoogvergunning voor het innemen van een standplaats voor de verkoop van bloemen en planten op zaterdag op het plein Achter de Broeren te Zwolle verleend.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 31 mei 2013 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 26 september 2013 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>[appellant] heeft een nader stuk ingediend.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaak nr. 201310069/1/A3, ter zitting behandeld op 17 juni 2014, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door R.H. van Berkum-Pinxsterhuis, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. In hoger beroep voert [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen de beslissing van het college om de aansprakelijkheidsstelling te behandelen nadat de juridische procedures zijn afgerond. Daartoe voert [appellant] aan dat de rechtbank aldus heeft miskend dat hij ter zitting diverse cruciale feiten heeft gesteld. De goodwill, die hij in tien jaar met een standplaats op het plein Achter de Broeren heeft opgebouwd, is weg doordat hij in de tien maanden voorafgaand aan het besluit van 12 maart 2013 geen standplaats aldaar heeft gehad nu hij door de handelwijze van het college zijn bedrijfsactiviteiten heeft moeten staken, aldus [appellant].</para>
    <para />
    <para>1.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellant] geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen de beslissing in het besluit van 31 mei 2013 om de aansprakelijkheidsstelling te behandelen nadat de juridische procedures zijn afgerond.</para>
    <para />
    <para>[appellant] heeft weliswaar, zo blijkt ook uit de aangevallen uitspraak, aangevoerd dat hij inkomensderving heeft geleden, naar hij stelt, door toedoen van het college. Dat is evenwel een omstandigheid die in het kader van die aansprakelijkheidstelling beoordeeld dient te worden. Ter zitting bij de Afdeling heeft het college nogmaals toegezegd de aansprakelijkheidstelling te zullen behandelen zodra deze gerechtelijke procedures zijn afgerond. Nu [appellant] geen gronden heeft aangevoerd waarom het college niet daarop zou mogen wachten, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat het besluit van 31 mei 2013 niet in stand kan blijven.</para>
    <para />
    <para>1.2. Het betoog faalt.</para>
    <para />
    <para>2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para>w.g. Vlasblom w.g. Van Deventer-Lustberg</para>
    <para>voorzitter ambtenaar van staat</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2014</para>
    <para />
    <para>587.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>