<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T03:55:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RVS:2013:3388</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ8734</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201200310/1/V2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=28">Vreemdelingenwet 2000 28</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=85">Vreemdelingenwet 2000 85</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2013/227 met annotatie van dr. G.N. Cornelisse</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:09:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734 Raad van State , 09-04-2013 / 201200310/1/V2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij onderscheiden besluiten van 1 april 2011 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201200310/1/V2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 9 april 2013</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para> </para>
    <para>[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] (tezamen hierna: de vreemdelingen),</para>
    <para> </para>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Roermond, van 9 december 2011 in zaken nrs. 11/13956 en 11/13957 in het geding tussen:</para>
    <para> </para>
    <para>de vreemdelingen</para>
    <para> </para>
    <para>en</para>
    <para> </para>
    <para>de minister voor Immigratie en Asiel.</para>
    <para> </para>
    <para>Procesverloop</para>
    <para> </para>
    <para>Bij onderscheiden besluiten van 1 april 2011 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.</para>
    <para> </para>
    <para>Bij uitspraak van 9 december 2011 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para> </para>
    <para>Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.</para>
    <para> </para>
    <para>De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para> </para>
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para> </para>
    <para> Overwegingen</para>
    <para> </para>
    <para> In de zaak van vreemdeling 1</para>
    <para> </para>
    <para>1. Hetgeen in het hogerberoepschrift door vreemdeling 1 is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.</para>
    <para> </para>
    <para>2. Het hoger beroep, voor zover ingesteld door vreemdeling 1, is kennelijk ongegrond.</para>
    <para> </para>
    <para> In de zaak van vreemdeling 2</para>
    <para> </para>
    <para>3. Uit de door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie overgelegde, door vreemdeling 2 ondertekende vertrekverklaring blijkt dat zij op 27 juni 2012 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vanuit Nederland is vertrokken naar haar land van herkomst, Armenië. Nu vreemdeling 2 vrijwillig is vertrokken naar haar land van herkomst, stelt zij kennelijk geen prijs meer op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. Aldus heeft vreemdeling 2 geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde hoger beroep.</para>
    <para> </para>
    <para>4. Het hoger beroep, voor zover ingesteld door vreemdeling 2, is kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    <para> </para>
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para> </para>
    <para>Beslissing</para>
    <para> </para>
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para> </para>
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para> </para>
    <para>I. bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
    <para> </para>
    <para>II. verklaart het hoger beroep, voor zover ingesteld door vreemdeling 2, niet-ontvankelijk.</para>
    <para> </para>
    <para>Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, ambtenaar van staat.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>w.g. Van Eck w.g. Yildiz</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2013</para>
    <para> </para>
    <para>594.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>