<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2013:BZ4973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T12:29:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ4973</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201205146/1/A2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2012:2157" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2012:2157, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:BZ4973">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:BZ4973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:59:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2013:BZ4973 Raad van State , 20-03-2013 / 201205146/1/A2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2013:BZ4973:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij brief van 21 januari 2011 heeft [appellante] het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 13 augustus 2010 en aanspraak gemaakt op een dwangsom.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2013:BZ4973:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>?201205146/1/A2.Datum uitspraak: 20 maart 2013</para>
    <para />
    <para>AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellante], wonend te Rotterdam,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2012 in zaak nr. 11/2711 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellante]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 21 januari 2011 heeft [appellante] het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 13 augustus 2010 en aanspraak gemaakt op een dwangsom.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 15 maart 2011 heeft het college aan [appellante] medegedeeld dat haar bezwaar bij besluit van 11 maart 2011 kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard en dat het daarom geen dwangsom is verschuldigd.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 27 mei 2011 heeft het college op het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar beslist.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 26 april 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 januari 2013, waar [appellante], bijgestaan door J.R. Seedorf, en het college, vertegenwoordigd door A. Dinc, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>    Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1.    Ingevolge artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is geen dwangsom verschuldigd indien de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.</para>
    <para />
    <para>    Ingevolge artikel 7:14 is titel 4.1 niet van toepassing op besluiten op grond van deze afdeling, met uitzondering van paragraaf 4.1.3.2, waarin artikel 4:17 is opgenomen.</para>
    <para />
    <para>2.    Bij uitspraak van heden heeft de Afdeling in zaak nr. 201206607/1/A2 de uitspraak van de rechtbank van 22 december 2011 in zaken nrs. 11/720 en 11/1002 in het geding tussen [appellante] en het college bevestigd. Daarmee is in rechte komen vast te staan dat het college het door [appellante] gemaakte bezwaar bij besluit van 11 maart 2011 terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Gelet op het bepaalde in artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, in verbinding gelezen met artikel 7:14 van de Awb is het college dan ook geen dwangsom verschuldigd. Het betoog dat de rechtbank heeft miskend dat het college een dwangsom is verschuldigd, faalt. De overige door [appellante] aangevoerde gronden leiden niet tot een andere conclusie.</para>
    <para />
    <para>3.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para>w.g. Slump    w.g. Wielandvoorzitter    ambtenaar van staat</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2013</para>
    <para />
    <para>47-705.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>