<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2013:BY9928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T19:45:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY9928</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201206325/1/A2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:BY9928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:BY9928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:27:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2013:BY9928 Raad van State , 30-01-2013 / 201206325/1/A2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2013:BY9928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 17 september 2010 heeft de raad een verzoek van [appellante] om gesubsidieerde rechtsbijstand afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2013:BY9928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201206325/1/A2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 30 januari 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellante], wonend te Tilburg,</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 juni 2012 in zaak nr. 11/320 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellante]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 17 september 2010 heeft de raad een verzoek van [appellante] om gesubsidieerde rechtsbijstand afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 30 december 2010 heeft hij het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 15 juni 2012 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De raad heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Nadat partijen daartoe toestemming hadden verleend, heeft de Afdeling bepaald dat behandeling van de zaak ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1.    Ingevolge artikel 34, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende over een vermogen beschikt dat meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen.</para>
    <para />
    <para>2.        De raad heeft het verzoek afgewezen, omdat het vermogen van [appellante] in het peiljaar het heffingvrij vermogen, als bedoeld in die bepaling, overschrijdt.</para>
    <para />
    <para>3.    [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij haar vermogen in eigen beheer heeft opgebouwd om daarmee te zijner tijd haar hypotheekschuld te kunnen aflossen en de vereisten om in aanmerking te kunnen komen voor een toevoeging, gelet op de huidige economische situatie, niet meer van deze tijd zijn.</para>
    <para />
    <para>3.1.    De rechtbank heeft met juistheid uit voormelde bepaling afgeleid dat de raad de aanvraag om gesubsidieerde rechtsbijstand moet afwijzen, indien het vermogen van de aanvrager het heffingvrij vermogen overschrijdt en overwogen dat de Wrb niet in een hardheidsclausule of een andere mogelijkheid om van die bepaling af te wijken voorziet. Of de bepaling al dan niet van deze tijd is, is niet ter beoordeling aan de rechter.</para>
    <para />
    <para>Het betoog faalt.</para>
    <para />
    <para>4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Loeb    w.g. Van Meurs-Heuvel</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2013</para>
    <para />
    <para>47-680.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>