<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2013:49</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-04T01:08:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201210197/1/V6</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2012:5104" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2012:5104, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:49">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:49</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-04T12:06:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2013:49 Raad van State , 26-06-2013 / 201210197/1/V6</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2013:49:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 29 september 2010 heeft de minister van Justitie het koninklijk besluit van 26 november 2007, waarbij aan [naam A], mede voor [naam B], het Nederlanderschap is verleend, ingetrokken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2013:49:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201210197/1/V6.</para>
    <para>Datum uitspraak: 26 juni 2013</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], zich voorheen noemende [naam A], wonend te [woonplaats], naar gesteld in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [persoon], zich voorheen noemende [naam B] (hierna: [naam B]),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 september 2012 in zaak nr. 11/2142 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [naam B]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister).</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 29 september 2010 heeft de minister van Justitie het koninklijk besluit van 26 november 2007, waarbij aan [naam A], mede voor [naam B], het Nederlanderschap is verleend, ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 14 april 2011 (hierna: het besluit van 14 april 2011) heeft de minister het daartegen door [appellant], mede voor [naam B], gemaakte bezwaar gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 13 september 2012 heeft de rechtbank het door [appellant], in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [naam B], ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant], naar gesteld in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [persoon], hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (hierna: de staatssecretaris), heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>[appellant] heeft een nader stuk ingediend.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 april 2013, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. M. Wiersma, advocaat te Rotterdam, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M.M. van Asperen, advocaat te Den Haag, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para> Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorgangers.</para>
    <para />
    <para>2. De staatssecretaris heeft ter zitting van de Afdeling betoogd dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is, omdat uit het nader stuk blijkt dat [appellant] niet de wettelijk vertegenwoordiger van [persoon] is.</para>
    <para />
    <para>2.1. Ingevolge artikel 8:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) worden natuurlijke personen, onbekwaam om in rechte te staan, in het geding vertegenwoordigd door hun vertegenwoordigers naar burgerlijk recht.</para>
    <para />
    <para> Ingevolge het tweede lid kunnen de in het eerste lid bedoelde personen zelf in het geding optreden, indien zij tot redelijke waardering van hun belangen in staat kunnen worden geacht.</para>
    <para />
    <para>2.2. [appellant] heeft bij het nader stuk een beschikking overgelegd van de rechtbank Rotterdam, sector civiel, van 22 februari 2012, waarin die rechtbank heeft bepaald dat de op naam van [naam B] gestelde geboorteakte van [persoon] moet worden doorgehaald, onder gelijktijdige aanvulling van het geboorteregister met een akte waarin zijn geslachtsnaam wordt gewijzigd in ‘[persoon]’, zonder vermelding van de vadergegevens. De rechtbank Rotterdam heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het huwelijk tussen [naam A] en de moeder van [persoon] nooit heeft bestaan omdat de huwelijksakte valselijk is opgemaakt. [appellant] heeft ter zitting van de Afdeling weliswaar aangevoerd dat een verzoek is ingediend tot vaststelling van zijn vaderschap ten aanzien van [persoon], maar hij heeft desgevraagd bevestigd dat dit verzoek thans nog niet is toegewezen. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat [appellant] niet de vertegenwoordiger naar burgerlijk recht is van [persoon] als bedoeld in artikel 8:21, eerste lid, van de Awb. Nu voorts niet is gebleken dat de wettelijk vertegenwoordiger van [persoon] geen rechtsgeldig hoger beroep heeft kunnen instellen, kan [appellant] niet in zijn hoger beroep worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para>w.g. Van der Spoel w.g. Groenendijk</para>
    <para>voorzitter ambtenaar van staat</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2013</para>
    <para />
    <para>164-670.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>