<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2013:1804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-04T00:32:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201210635/1/V1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:1804">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:1804</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-06T10:32:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2013:1804 Raad van State , 28-10-2013 / 201210635/1/V1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2013:1804:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 26 oktober 2010 heeft de minister een aanvraag van, voor zover thans van belang, de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2013:1804:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201210635/1/V1.</para>
    <para>Datum uitspraak: 28 oktober 2013</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[wettelijk vertegenwoordiger] van [de vreemdeling],</para>
    <para>appellante,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 16 oktober 2012 in zaak nr. 11/37586 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de minister van Buitenlandse Zaken.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 26 oktober 2010 heeft de minister een aanvraag van, voor zover thans van belang, de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 28 oktober 2011 heeft de minister het daartegen voor de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 16 oktober 2012 heeft de rechtbank het daartegen voor de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak is voor de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para> Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. De in grief I opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 10 oktober 2012 in zaak nr. 201112315/1/V1 beantwoord. Uit die uitspraak volgt dat de grief slaagt.</para>
    <para />
    <para>2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De overige grieven behoeven geen bespreking meer. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit van 28 oktober 2011 vernietigd wegens strijd met artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
    <para />
    <para>3. De staatssecretaris moet op na te melden wijze in de proceskosten worden veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>I. verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 16 oktober 2012 in zaak nr. 11/37586;</para>
    <para />
    <para>III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>IV. vernietigt het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 28 oktober 2011, kenmerk 0809-10-1336;</para>
    <para />
    <para>V. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.416,00 (zegge: veertienhonderdzestien euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;</para>
    <para />
    <para>VI. gelast dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie het voor de vreemdeling betaalde griffierecht ten bedrage van € 384,00 (zegge: driehonderdvierentachtig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. Hartsuiker, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para>w.g. Bijloos w.g. Hartsuiker</para>
    <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2013</para>
    <para />
    <para>620-785</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>