<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2013:1186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T12:57:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201305008/2/R3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:1186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2013:1186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-18T10:31:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2013:1186 Raad van State , 10-09-2013 / 201305008/2/R3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2013:1186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterreinen" vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak xml:space="preserve" lang="nl" id="ECLI:NL:RVS:2013:1186:DOC" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>201305008/2/R3.</para>
    <para>Datum uitspraak: 10 september 2013</para>
    <para />
    <para>AFDELING</para>
    <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <para>Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:</para>
    <para />
    <para>de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatieve Vereniging van Eigenaren Recreatiepark "Hermitage" U.A. (hierna: de CCVE), gevestigd te Oisterwijk,</para>
    <para>verzoekster,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de raad van de gemeente Oisterwijk,</para>
    <para>verweerder.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterreinen" vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft onder meer de CCVE beroep ingesteld.</para>
    <para>De CCVE heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 september 2013, waar de CCVE, vertegenwoordigd door P. Graveland en J. Knopper, en de raad, vertegenwoordigd door ing. F.J.M. Bergevoet, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para> Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
    <para />
    <para>2. De voorzitter stelt vast dat het beroep van de CCVE, dat is gericht tegen de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" ter plaatse van de groenstrook gelegen tussen het Villapark De Hermitage en het Recreatiepark De Hermitage aan de Posthoornseweg te Oisterwijk, niet steunt op een bij de raad naar voren gebrachte zienswijze.</para>
    <para />
    <para> Ingevolge artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan door een belanghebbende geen beroep worden ingesteld tegen onderdelen van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarover hij tegen het ontwerpplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.</para>
    <para />
    <para> Deze omstandigheid doet zich niet voor. De raad heeft ter zitting gesteld dat het vastgestelde plan voor zover het betreft de mogelijkheden waartegen de CCVE zich in beroep keert, niet gewijzigd is ten opzichte van het ontwerp. Door de CCVE is dat niet bestreden. Verder is geen rechtvaardiging gelegen in de door de CCVE gestelde omstandigheid dat zij bij de inzage van het ontwerpplan geen acht heeft geslagen op het betreffende plandeel omdat zij ervan uitging dat de groenstrook niet bebouwd zou worden.</para>
    <para />
    <para>3. Gelet op het voorgaande gaat de voorzitter ervan uit dat het beroep van de CCVE in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het verzoek van de CCVE om het treffen van een voorlopige voorziening dient om deze reden te worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para>w.g. Parkins-de Vin w.g. Van Helvoort</para>
    <para>voorzitter ambtenaar van staat</para>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2013</para>
    <para />
    <para>361.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>