<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2012:BY3028</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-08T12:56:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY3028</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201202006/1/A1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BR 2013/35 met annotatie van H.J. Breeman, R.J.G. Bäcker</rdf:li>
          <rdf:li>AB 2013/88 met annotatie van F.A.G. Groothuijse</rdf:li>
          <rdf:li>TBR 2013/26 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2012:BY3028">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2012:BY3028</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:07:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2012:BY3028 Raad van State , 14-11-2012 / 201202006/1/A1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2012:BY3028:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij brief van 2 december 2010 heeft het college de door [appellant] ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een steiger met loopbrug op het perceel Molendijk, steiger nummer […] te Krimpen aan de Lek (hierna: het perceel) buiten behandeling gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2012:BY3028:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201202006/1/A1.</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 november 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 januari 2012 in zaak nr. 11/3942 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Nederlek.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 2 december 2010 heeft het college de door [appellant] ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een steiger met loopbrug op het perceel Molendijk, steiger nummer […] te Krimpen aan de Lek (hierna: het perceel) buiten behandeling gesteld.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 28 maart 2011 heeft het college, voor zover hier van belang, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 18 januari 2012 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 maart 2011 vernietigd en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van dat besluit. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juli 2012, waar het college, vertegenwoordigd door S.T. de Graaf Msc, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door mr. J. de Vet, verschenen.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij geen belang heeft bij de door hem ingediende aanvraag om omgevingsvergunning.</para>
    <para />
    <para>2.    Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 28 oktober 2009 in zaak nr. <link nsxlink:href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?verdict_id=jhNCffu3FyU%3D" xmlns:nsxlink="http://www.w3.org/1999/xlink">200807965/1/H1</link>) overweegt de Afdeling dat [appellant] niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, indien het bouwplan nimmer kan worden gerealiseerd. Het college heeft aan [belanghebbende] reeds een vergunning verleend voor de oprichting van een aanlegvoorziening op het perceel. Voorts is het perceel geen eigendom van [appellant] en is niet in geschil dat [appellant] niet beschikt over toestemming van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (hierna: het Hoogheemraadschap) waaruit blijkt dat [appellant] op het perceel, dat eigendom is van het Hoogheemraadschap, een aanlegvoorziening mag oprichten. Onder deze omstandigheden is evident dat het bouwplan nimmer gerealiseerd kan worden. Het verzoek van [appellant] om omgevingsvergunning kan daarom niet worden aangemerkt als een verzoek van een daarbij belanghebbende en derhalve niet als een aanvraag om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). De afwijzing van het verzoek van [appellant] is geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, zodat het college het daartegen ingestelde bezwaar in het besluit van 28 maart 2011 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft dat niet onderkend en heeft het door [appellant] tegen dat besluit ingestelde beroep ten onrechte gegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Het betoog slaagt.</para>
    <para />
    <para>3.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 2 december 2010 van het college alsnog ongegrond verklaren.</para>
    <para />
    <para>4.    Redelijke toepassing van artikel 54, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt met zich dat het door [appellant] betaalde griffierecht door de secretaris van de Raad van State aan hem wordt terugbetaald.</para>
    <para />
    <para>5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>I.    verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 januari 2012 in zaak nr. 11/3942;</para>
    <para />
    <para>III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;</para>
    <para />
    <para>IV.    bepaalt dat de secretaris van de Raad van State aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 232,00 (zegge: tweehonderdtweeëndertig euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Troostwijk    w.g. Fransen</para>
      <para>voorzitter    ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 14 november 2012</para>
    <para />
    <para>407-724.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>