<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2012:BY1707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T13:57:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY1707</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201206640/1/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2012:BY1707">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2012:BY1707</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:02:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2012:BY1707 Raad van State , 31-10-2012 / 201206640/1/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2012:BY1707:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 21 september 2011 heeft het CBR [wederpartij] de verplichting opgelegd zich te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2012:BY1707:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201206640/1/A3.</para>
      <para>Datum uitspraak: 31 oktober 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR),</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 8 juni 2012 in zaak nr. 12/356 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[wederpartij], wonend te [plaats]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het CBR.</para>
    <para />
    <para>Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 21 september 2011 heeft het CBR [wederpartij] de verplichting opgelegd zich te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 3 februari 2012 heeft het CBR het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 8 juni 2012 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 3 februari 2012 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dit besluit geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft het CBR hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>Nadat partijen bij brieven van 10 en 15 augustus 2012 daartoe toestemming hadden verleend, heeft de Afdeling bepaald dat de behandeling van de zaak ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para>Overwegingen</para>
    <para />
    <para>1.     Het CBR betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011, die op 1 december 2011 in werking is getreden, geen overgangsbepalingen kent, en dat het CBR derhalve het besluit van 3 februari 2012 heeft gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag. Daartoe voert het aan dat volgens het overgangsrecht van artikel V van de Wet van 4 juni 2010 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de aanpassing van de Vorderingsprocedure en de invoering van het alcoholslotprogramma de - inmiddels vervallen - Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid van toepassing is.</para>
    <para />
    <para>2.    Bij de aangevallen uitspraak is het tegen het besluit van 3 februari 2012 ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Het CBR heeft geen belang bij een antwoord op de vraag of de rechtbank op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Dat antwoord, hoe het ook luidt, leidt namelijk voor het CBR niet tot een ander resultaat dan het met de oplegging van het onderzoek naar de rijvaardigheid heeft beoogd. Het oordeel van de rechtbank over welk recht in het onderhavige geval van toepassing is, bindt het CBR in een volgende zaak niet. Het CBR is daarom niet gehouden in een andere procedure de in de onderhavige procedure door de rechtbank gevolgde uitleg van het overgangsrecht te volgen.</para>
    <para />
    <para>3.    Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.</para>
    <para />
    <para>4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>I.    verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>II.    bepaalt dat van de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen een griffierecht van € 466,00 (zegge: vierhonderdzesenzestig euro) wordt geheven.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Hagen    w.g. De Leeuw-van Zanten</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2012</para>
    <para />
    <para>97-721.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>