<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2012:BW5947</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T21:05:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW5947</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201106891/1/A3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2012:BW5947">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2012:BW5947</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:11:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2012:BW5947 Raad van State , 16-05-2012 / 201106891/1/A3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2012:BW5947:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 8 juli 2010 heeft het dagelijks bestuur aan het stadsdeel ontheffing verleend voor het plaatsen van twee pontons en een loopbrug in de Nieuwe Vaart.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2012:BW5947:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201106891/1/A3.</para>
      <para>Datum uitspraak: 16 mei 2012</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te Amsterdam,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2011 in zaak nr. 10/5675 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum.</para>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 8 juli 2010 heeft het dagelijks bestuur aan het stadsdeel ontheffing verleend voor het plaatsen van twee pontons en een loopbrug in de Nieuwe Vaart.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 13 oktober 2010 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 17 mei 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2011, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 april 2012, waar [appellant], en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. E.G. Blees, werkzaam bij het stadsdeel, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bevat het bezwaar- of beroepschrift ten minste de gronden van het bezwaar of beroep.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 6:6 kan het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</para>
    <para />
    <para>2.2. [appellant] is bewoner van een woonboot genaamd [naam]. Wegens uitbreiding van Artis dient voor een aantal woonboten, waaronder de [naam], een nieuwe ligplaats te worden gevonden. Hiertoe heeft het stadsdeel ontheffing aangevraagd voor het plaatsen van twee pontons en een loopbrug ten behoeve van een aantal nieuwe ligplaatsen in de</para>
    <para />
    <para>Nieuwe Vaart.</para>
    <para />
    <para>2.3. Nadat [appellant] bij brief van 25 november 2010 in de gelegenheid is gesteld gronden aan te voeren, heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift naar haar oordeel geen gronden bevat, zoals vereist ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en</para>
    <para />
    <para>onder d, van de Awb en de reactie op de brief van 25 november 2010 evenmin, zodat het gebrek niet is hersteld.</para>
    <para />
    <para>2.4. De Afdeling onderschrijft dat oordeel van de rechtbank. Hetgeen [appellant] in hoger beroep aanvoert, biedt voorts geen grond voor een ander oordeel. De rechtbank heeft het beroep derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Borman w.g. Sparreboom</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012</para>
    <para />
    <para>317-730.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>