<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2011:BT7378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T07:48:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT7378</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201105398/1/R3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BT7378">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BT7378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:57:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2011:BT7378 Raad van State , 12-10-2011 / 201105398/1/R3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2011:BT7378:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Bij besluit van 7 december 2010, kenmerk LRU10.088907, heeft het college het uitwerkingsplan "Verlengde Houtrakgracht en Kop Amaliapark" vastgesteld.</para>
        <para>Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 mei 2011, beroep ingesteld.</para>
        <para>[appellant] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht hebben nadere stukken ingediend.</para>
        <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
        <para>Nadat partijen bij onderscheiden brieven van 19 september 2011 en 22 september 2011 toestemming, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), hadden verleend, heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2011:BT7378:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201105398/1/R3.</para>
      <para>Datum uitspraak: 12 oktober 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant] en anderen, wonend te Utrecht,</para>
      <para>appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Utrecht,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.    Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 7 december 2010, kenmerk LRU10.088907, heeft het college het uitwerkingsplan "Verlengde Houtrakgracht en Kop Amaliapark" vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 mei 2011, beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>[appellant] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Utrecht hebben nadere stukken ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>Nadat partijen bij onderscheiden brieven van 19 september 2011 en 22 september 2011 toestemming, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), hadden verleend, heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para>2.    Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1.        [appellant] en anderen voeren onder meer aan dat een aantal stukken ten onrechte niet ter inzage heeft gelegen en dat in het plan ten onrechte geen maximaal aantal toegestane woningen is opgenomen.</para>
    <para />
    <para>2.2.    In zijn uitspraak van 16 augustus 2011, nr. 201105398/2/R3 (www.raadvanstate.nl) heeft de voorzitter gemotiveerd waarom het aangevoerde hem aanleiding heeft gegeven voor het voorlopige oordeel dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3.9a, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang bezien met artikel 3:11, eerste lid, van de Awb, alsmede in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling sluit zich bij dit oordeel en de daarvoor gegeven motivering aan.</para>
    <para />
    <para>    Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd.</para>
    <para />
    <para>2.3.    Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>3.    Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>I.    verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van 7 december 2010, kenmerk LRU10.088907;</para>
    <para />
    <para>III.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Utrecht tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;</para>
    <para />
    <para>IV.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 152,00 (zegge: honderdtweeënvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Steenbergen, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Van Sloten    w.g. Van Steenbergen</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2011</para>
    <para />
    <para>528.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>