<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2011:BT6264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T06:18:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RVS:2011:BU8550</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT6264</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201100193/1/V1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0914" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2010:BP0914, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:3">Algemene wet bestuursrecht 1:3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=3:48">Algemene wet bestuursrecht 3:48</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=29">Vreemdelingenwet 2000 29</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2011/471</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BT6264">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BT6264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:54:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2011:BT6264 Raad van State , 28-09-2011 / 201100193/1/V1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2011:BT6264:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het bezwaar van de vreemdeling tegen het besluit van 13 augustus 2009 strekt uitsluitend tot het verkrijgen van de motivering van dit besluit, waarbij haar op de voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. De deugdelijkheid van de aan het besluit van 13 augustus 2009 ten grondslag liggende motivering is geen onderwerp van geschil. Ook anderszins heeft de vreemdeling de juistheid van dat besluit niet bestreden. Onder die omstandigheden had de vreemdeling geen belang bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit van 13 augustus 2009 en heeft zij evenmin belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2011:BT6264:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201100193/1/V1.</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 september 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RAAD VAN STATE</para>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling),</para>
      <para>appellante,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 10 december 2010 in zaak nr. 09/35764 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de minister voor Immigratie en Asiel (hierna: de minister).</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 13 augustus 2009 heeft de staatssecretaris van Justitie aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Dit besluit is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar is door de minister doorgezonden naar de rechtbank ter behandeling als beroepschrift.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 10 december 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het beroep, voor zover het betrekking heeft op de vergunningverlening, ongegrond en voor het overige niet ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 6 januari 2011, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. </para>
    <para />
    <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. De Afdeling overweegt ambtshalve het volgende. </para>
    <para />
    <para>2.2. Het bezwaar van de vreemdeling tegen het besluit van 13 augustus 2009 strekt uitsluitend tot het verkrijgen van de motivering van dit besluit, waarbij haar op de voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend. De deugdelijkheid van de aan het besluit van 13 augustus 2009 ten grondslag liggende motivering is geen onderwerp van geschil. Ook anderszins heeft de vreemdeling de juistheid van dat besluit niet bestreden. Onder die omstandigheden had de vreemdeling geen belang bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit van 13 augustus 2009 en heeft zij evenmin belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>2.3. Het hoger beroep is kennelijk niet ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. E. Steendijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden Clarenbeek, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Lubberdink</para>
      <para>voorzitter</para>
      <para>w.g. Van Goeverden-Clarenbeek</para>
      <para>ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2011</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>488.</para>
      <para>Verzonden: 28 september 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de secretaris van de Raad van State,</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>mr. H.H.C. Visser</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>