<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2011:BP9330</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-09-16T14:28:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP9330</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201100201/1/V3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BP9330">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BP9330</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:54:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2011:BP9330 Raad van State , 17-03-2011 / 201100201/1/V3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2011:BP9330:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing: uitspraak vermeldt niet de beslissing van de rechtbank.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2011:BP9330:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201100201/1/V3.</para>
      <para>Datum uitspraak: 17 maart 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RAAD VAN STATE</para>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant], </para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 10 december 2010 in zaak nr. 10/4812 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de minister van Justitie.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 2 februari 2010 heeft de staatssecretaris van Justitie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 10 december 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na verzending van die uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 6 januari 2011, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. </para>
    <para />
    <para>De minister voor Immigratie en Asiel heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Hetgeen in het hoger-beroepschrift is aangevoerd en voldoet aan het bepaalde in artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.</para>
    <para />
    <para>2.2. De Afdeling overweegt ambtshalve dat de aangevallen uitspraak de beslissing van de rechtbank niet vermeldt. De aangevallen uitspraak is derhalve in strijd met artikel 8:77, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht en komt om die reden voor vernietiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>2.3. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, doch uitsluitend voor zover de rechtbank daarbij heeft nagelaten het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 2 februari 2010 gegrond te verklaren. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling dit beroep alsnog gegrond verklaren.</para>
    <para />
    <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>I. verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
      <para>II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Haarlem, van 10 december 2010 in zaak nr. 10/4812, voor zover het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 2 februari 2010 niet gegrond is verklaard;</para>
      <para>III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;</para>
      <para>IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt-Schouten en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Lubberdink</para>
      <para>voorzitter</para>
      <para>w.g. Van Leeuwen</para>
      <para>ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2011</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>373-654.</para>
      <para>Verzonden: 17 maart 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de secretaris van de Raad van State,</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>mr. H.H.C. Visser</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>