<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2011:BP9303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T06:49:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP9303</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201101576/1/V2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:11">Algemene wet bestuursrecht 6:11</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=6:21">Algemene wet bestuursrecht 6:21</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=69">Vreemdelingenwet 2000 69</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JB 2011/119</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2011/209</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BP9303">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BP9303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:54:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2011:BP9303 Raad van State , 18-03-2011 / 201101576/1/V2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2011:BP9303:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>In de brief van 31 januari 2011 heeft de gemachtigde van de vreemdeling medegedeeld dat de intrekking van het op 24 januari 2011 ingestelde hoger beroep op een misverstand berust, nu bij het nemen van de beslissing daartoe niet is onderkend dat de informatie die aan die beslissing ten grondslag lag, betrekking had op een andere persoon dan de vreemdeling.</para>
        <para>Deze omstandigheid is aan de vreemdeling toe te rekenen en levert derhalve geen situatie van dwaling, als hiervoor bedoeld, op. Hieruit volgt dat de intrekking niet ongedaan kan worden gemaakt.</para>
        <para>Voor zover de brief van 31 januari 2011 moet worden aangemerkt als een nieuw hoger beroep gericht tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 december 2010, geldt dat het niet tijdig is ingesteld, nu ingevolge artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de termijn daarvoor op 24 januari 2011 is geëindigd. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld in verband waarmee redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vreemdeling in verzuim is geweest.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2011:BP9303:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201101576/1/V2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 maart 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RAAD VAN STATE</para>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[de vreemdeling],</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Maastricht, van 27 december 2010 in zaak nr. 10/26570 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de minister voor Immigratie en Asiel.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 27 juli 2010 heeft de minister van Justitie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. </para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 27 december 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief van 24 januari 2011 hoger beroep ingesteld. Bij brief van dezelfde datum heeft de vreemdeling dat hoger beroep ingetrokken. </para>
    <para />
    <para>Bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 31 januari 2011, heeft de vreemdeling medegedeeld dat de intrekking op een misverstand berust en verzocht zijn hoger beroep alsnog te behandelen. </para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 6 juli 2005 in zaak nr. 200500165/1; www.raadvanstate.nl), kan een bevoegd gedane intrekking na afloop van de beroepstermijn niet meer ongedaan worden gemaakt, tenzij er sprake is van aan betrokkene niet toe te rekenen omstandigheden waar hij in een situatie van dwaling verkeerde of blijkt van dwang of bedrog van enige zijde teneinde de betrokkene te bewegen het beroep in te trekken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.1. In de brief van 31 januari 2011 heeft de gemachtigde van de vreemdeling medegedeeld dat de intrekking van het op 24 januari 2011 ingestelde hoger beroep op een misverstand berust, nu bij het nemen van de beslissing daartoe niet is onderkend dat de informatie die aan die beslissing ten grondslag lag, betrekking had op een andere persoon dan de vreemdeling. </para>
      <para>Deze omstandigheid is aan de vreemdeling toe te rekenen en levert derhalve geen situatie van dwaling, als hiervoor bedoeld, op. Hieruit volgt dat de intrekking niet ongedaan kan worden gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2. Voor zover de brief van 31 januari 2011 moet worden aangemerkt als een nieuw hoger beroep gericht tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 december 2010, geldt dat het niet tijdig is ingesteld, nu ingevolge artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de termijn daarvoor op 24 januari 2011 is geëindigd. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld in verband waarmee redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vreemdeling in verzuim is geweest. </para>
    <para />
    <para>2.3. Het hoger beroep is kennelijk niet ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Vreken, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Lubberdink</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
      <para>w.g. Vreken</para>
      <para>ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2011</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>434.</para>
      <para>Verzonden: 18 maart 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de secretaris van de Raad van State,</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>mr. H.H.C. Visser</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>