<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2011:BP4712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T00:15:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP4712</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201004428/1/R3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BP4712">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2011:BP4712</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:41:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2011:BP4712 Raad van State , 16-02-2011 / 201004428/1/R3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2011:BP4712:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het college het wijzigingsplan "De Hoef 2e Fase" vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2011:BP4712:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201004428/1/R3.</para>
      <para>Datum uitspraak: 16 februari 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het college het wijzigingsplan "De Hoef 2e Fase" vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State per faxbericht ingekomen op 4 mei 2010, beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 december 2010, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. J.K.C.M. Nuijten, advocaat te Bergen Op Zoom, en het college, vertegenwoordigd door ir. A.A.C.F. Wierckx en ir. S.F.A.M. Brooijmans, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Het wijzigingsplan vindt zijn grondslag in het geldende bestemmingsplan "De Hoef" dat is vastgesteld op 27 maart 2003. Ingevolge artikel 14, vierde lid, onder A, van de voorschriften van dat bestemmingsplan, voor zover hier van belang, kan het college het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat de bestemming "Agrarisch gebied -A-" wordt gewijzigd in de bestemmingen "Wonen, categorie III" en "Verblijf".</para>
    <para />
    <para>2.2. Het wijzigingsplan voorziet in de wijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, opdat in het plangebied ongeveer 53 woningen kunnen worden gerealiseerd.</para>
    <para />
    <para>2.3. [appellant] stelt dat hij als gevolg van de voorziene woningbouw niet langer gebruik kan maken van de achter zijn perceel gelegen gronden om zijn perceel in noodgevallen te verlaten. Verder vreest hij voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat in de vorm van verminderd uitzicht en geluidsoverlast van de Antwerpsestraatweg waaraan hij woont.</para>
    <para />
    <para>Ter zitting is naar voren gekomen dat op de bij het plan betrokken grond geen erfdienstbaarheid rust en dat een grote loods op het perceel van [appellant] het zicht vanuit zijn woning in de richting van het plangebied geheel dan wel nagenoeg geheel ontneemt. Verder is in aanmerking genomen dat de gevolgen van de woningbouw en dan met name de akoestische gevolgen voor de Antwerpsestraatweg reeds uitdrukkelijk door de Afdeling zijn beoordeeld in de procedure met betrekking tot het aan het plan ten grondslag liggende moederplan. Het betreffende beroep is ongegrond verklaard (uitspraak van de Afdeling van 8 september 2004 inzake no. <link nsxlink:href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?verdict_id=8368" xmlns:nsxlink="http://www.w3.org/1999/xlink">200308585/1</link>). [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen die aanleiding geven daarover thans anders te oordelen. Verder is van belang dat bij de nieuwbouw is voorzien in een directe aansluiting op de Scheldestraat, zodat aannemelijk is dat het autoverkeer hoofdzakelijk die weg zal verkiezen boven de smallere daarnaast gelegen Antwerpsestraatweg, waarvoor bovendien eenrichtingsverkeer geldt. Bovendien is ter zitting naar voren gekomen dat de ingebruikname van de randweg een aanzienlijke reductie van het aantal motorvoertuigen op de Scheldeweg tot gevolg heeft gehad.</para>
    <para />
    <para>2.4. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het wijzigingsplan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Matulewicz</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2011</para>
    <para />
    <para>45-661.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>