<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2010:BO6618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T09:40:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO6618</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201003984/2/M3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BO6618">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BO6618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:19:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2010:BO6618 Raad van State , 03-12-2010 / 201003984/2/M3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2010:BO6618:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 25 februari 2010 heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Aalten bij besluit van 7 juli 2009 vastgestelde bestemmingsplan "'t Hietveld 2007".</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2010:BO6618:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201003984/2/M3.</para>
      <para>Datum uitspraak: 3 december 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[verzoekers] (hierna: [verzoekster] en anderen), allen wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van gedeputeerde staten van Gelderland,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 25 februari 2010 heeft het college besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Aalten bij besluit van 7 juli 2009 vastgestelde bestemmingsplan "'t Hietveld 2007".</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit besluit hebben [verzoekster] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 april 2010, beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 november 2010, hebben [verzoekster] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 november 2010, waar [verzoekster] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoekster A], het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Gevers, werkzaam bij de provincie, en de raad van de gemeente Aalten, vertegenwoordigd door G.H. Scheffer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.</para>
      <para>Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bedrijventerrrein De Rietstap B.V. (hierna: De Rietstap), vertegenwoordigd door mr. R. van Eck, advocaat te Enschede, H.J. Klomps en H.J. Seesink, als partij gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
    <para />
    <para>2.2. Het bestemmingsplan "’t Hietveld 2007" voorziet in een regeling voor de beoogde realisatie van een bedrijventerrein aan de westkant van de kern Dinxperlo, gemeente Aalten. Bij het bestreden besluit heeft het college het plan gedeeltelijk goedgekeurd.</para>
    <para />
    <para>2.3. Vaststaat dat de gemeente, als eigenaresse van de gronden waarop het bedrijventerrein is geprojecteerd, eind oktober 2010 voorbereidende werkzaamheden voor de uitvoering van het bestemmingsplan heeft verricht. Die werkzaamheden bestaan daarin dat het bestaande fiets- en voetpad is opgeheven en dat 60 essen aan de rand van het voormalige fiets- en voetpad zijn gekapt.</para>
    <para />
    <para>2.4. [verzoekster] en anderen stellen zich op het standpunt dat voormelde werkzaamheden en het gepubliceerde voornemen van de gemeente om 2.450 m2 bosplantsoen aan de Rietstapperweg/Bedrijventerrein e.o. te verwijderen, leiden tot onomkeerbare planologische gevolgen. Zij vrezen dat de gemeente op korte termijn nog meer feitelijke werkzaamheden ter voorbereiding van de uitvoering van het bestemmingsplan zal verrichten.</para>
    <para />
    <para>2.5. Ter zitting is door De Rietstap onweersproken gesteld dat de gronden waarop het fiets- en voetpad, de gekapte essen en het bosplantsoen zijn gelegen, op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied 1984" de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ hadden. In het bestemmingsplan "’t Hietveld 2007", dat na het verstrijken van de beroepstermijn in werking is getreden, zijn deze gronden als ‘Bedrijventerrein BT-II’ bestemd. De aanwezigheid van het fiets- en voetpad, de gekapte essen en het bosplantsoen is niet in overeenstemming met de bestemmingen als genoemd in voornoemde bestemmingsplannen. Het stond en staat de gemeente derhalve vrij om het feitelijk, strijdig gebruik van de gronden in overeenstemming te brengen met de bestemming ‘Bedrijventerrein BT-II’.</para>
    <para />
    <para>Voorts is tijdens de zitting onweersproken gesteld dat er tot het moment van de zitting geen grondtransacties hebben plaatsgevonden en nog geen bouwvergunningen zijn aangevraagd, die verband houden met de realisering van de bestemming overeenkomstig het thans vigerende bestemmingsplan. Onder deze omstandigheden is de vrees van [verzoekster] en anderen voor onomkeerbare planologische gevolgen ongegrond.</para>
    <para />
    <para>2.6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.</para>
    <para />
    <para>2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Van Kreveld w.g. Plambeck</para>
      <para>voorzitter ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2010</para>
    <para />
    <para>159-489.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>