<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2010:BO5688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T10:42:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO5688</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">201010218/2/H3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BO5688">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BO5688</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:17:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2010:BO5688 Raad van State , 22-11-2010 / 201010218/2/H3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2010:BO5688:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 8 december 2009 heeft de burgemeester [wederpartij] medegedeeld de loods met zeecontainers bij het pand aan [locatie] te 's-Hertogenbosch op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van een jaar te sluiten, met ingang van 16 december 2009 omstreeks 10:00 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2010:BO5688:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>201010218/2/H3.</para>
      <para>Datum uitspraak: 22 november 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) hangende het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[verzoeker], wonend te 's-Hertogenbosch,</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 24 september 2010 in zaak nr. 10/1224 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[wederpartij], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de burgemeester van 's-Hertogenbosch.</para>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 8 december 2009 heeft de burgemeester [wederpartij] medegedeeld de loods met zeecontainers bij het pand aan [locatie] te 's-Hertogenbosch op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van een jaar te sluiten, met ingang van 16 december 2009 omstreeks 10:00 uur.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 23 maart 2010 heeft de burgemeester het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 24 september 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 oktober 2010, hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij deze brief heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 november 2010, waar [verzoeker], in persoon, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. J.J.H. van Goch, werkzaam bij de gemeente 's-Herogenbosch, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
    <para />
    <para>2.2. [verzoeker] heeft tegen het besluit van 8 december 2009 geen bezwaar gemaakt en tegen het besluit van 23 maart 2010 geen beroep ingesteld. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat dit redelijkerwijs niet aan hem kan worden verweten. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking dat de burgemeester [verzoeker] bij brief van 22 december 2009, en derhalve binnen de termijn voor het maken van bezwaar, op de hoogte heeft gesteld van het besluit van 8 december 2009.</para>
    <para />
    <para>Gelet hierop zal, naar het oordeel van de voorzitter, het hoger beroep van [verzoeker] ingevolge artikel 6:13 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 6:24 van die wet, niet-ontvankelijk worden verklaard. Daarom bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.</para>
    <para />
    <para>2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Van Altena w.g. Klein</para>
      <para>voorzitter ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 22 november 2010.</para>
    <para />
    <para>176-611.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>