<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2010:BO3480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:02:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO3480</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200910133/1/M2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BO3480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BO3480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:11:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2010:BO3480 Raad van State , 10-11-2010 / 200910133/1/M2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2010:BO3480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 11 november 2009 heeft het college aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een paardenopfokbedrijf aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 18 november 2009 ter inzage gelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2010:BO3480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200910133/1/M2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 10 november 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 11 november 2009 heeft het college aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een paardenopfokbedrijf aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 18 november 2009 ter inzage gelegd.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2009, beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>[appellant] heeft een nader stuk ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 september 2010, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. A. van der Leest, en het college, vertegenwoordigd door R. Wassink, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.</para>
      <para>Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door mr. W. Kattouw, als partij gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. [appellant] voert onder meer aan dat het college op basis van de aanvraag over onvoldoende informatie beschikte om de milieugevolgen vanwege de inrichting op juiste wijze te beoordelen. Hiertoe stelt hij dat uit de aanvraag niet blijkt waartoe de ruimte die op de bij de aanvraag behorende tekening als onbenoemde ruimte staat vermeld, dient.</para>
    <para />
    <para>2.2. Ter zitting heeft vergunninghoudster aangegeven dat de ruimte zal worden gebruikt voor het stallen en berijden van paarden. Dit blijkt echter niet uit de aanvraag. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de ruimte voor zowel het stallen als het berijden van paarden zal kunnen worden gebruikt. Vanwege het in de aanvraag ontbreken van deze informatie heeft het college niet in redelijkheid kunnen oordelen dat de aanvraag voldoende informatie bevat om een goede beoordeling van de gevolgen voor het milieu mogelijk te maken. Door inhoudelijk te beslissen op de aanvraag heeft het college gehandeld in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten vergaart. De beroepsgrond slaagt.</para>
    <para />
    <para>2.3. Het beroep is gegrond. Reeds hierom dient het bestreden besluit te worden vernietigd. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking.</para>
    <para />
    <para>2.4. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>I. verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe van 11 november 2009;</para>
    <para />
    <para>III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe tot vergoeding van bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 921,45 (zegge: negenhonderdeenentwintig euro en vijfenveertig cent), waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;</para>
    <para />
    <para>IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. G.N. Roes en mr. Th.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Van Diepenbeek w.g. Kalter</para>
      <para>voorzitter ambtenaar van staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2010</para>
    <para />
    <para>492.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>