<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2010:BN2476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-10T15:44:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RVS:2010:BM6422</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN2476</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200907183/1/V2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BN2476">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BN2476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:44:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2010:BN2476 Raad van State , 21-04-2010 / 200907183/1/V2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2010:BN2476:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvang beroepstermijn bij gerectificeerde uitspraak</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2010:BN2476:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200907183/1/V2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 21 april 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Raad van State</para>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. (hierna: de vreemdeling),</para>
      <para>2. de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris),</para>
      <para>appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage (hierna: de rechtbank) van 19 augustus 2009 in zaak nr. 08/18717 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de staatssecretaris.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 27 februari 2009 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, het door de vreemdeling gemaakte bezwaar tegen het niet tijdig ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud) ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 19 augustus 2009, verzonden op dezelfde dag, gerectificeerd op 31 augustus 2009 en opnieuw verzonden op 1 september 2009, heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak hebben de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 16 september 2009, en de staatssecretaris bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 29 september 2009, hoger beroep ingesteld. Deze brieven zijn aangehecht. </para>
    <para />
    <para>De vreemdeling en de staatssecretaris hebben verweerschriften ingediend.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>In het hoger beroep van de vreemdeling</para>
    <para />
    <para>2.1. Hetgeen in het hoger-beroepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.</para>
    <para />
    <para>2.2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het hoger beroep van de staatssecretaris</para>
      <para>2.3. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), vangt de termijn voor het indienen van een hoger-beroepschrift aan met ingang van de dag na die, waarop de aangevallen uitspraak op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.</para>
      <para>Ingevolge artikel 69, eerste lid, van de Vw 2000, voor zover thans van belang, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift vier weken.</para>
      <para>Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift </para>
      <para>niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4. In dit geval is de termijn op 16 september 2009 geëindigd. Dat de uitspraak van 19 augustus 2009 op 31 augustus 2009 is gerectificeerd en een afschrift van de gerectificeerde uitspraak op 1 september 2009 is verzonden, heeft, anders dan de staatssecretaris in zijn hoger-beroepschrift van 29 september 2009 betoogt, geen nieuwe termijn voor het indienen van het hoger-beroepschrift doen aanvangen. Met de rectificatie is slechts een kennelijke verschrijving in het dictum hersteld en is de beslissing van de rechtbank niet gewijzigd, zodat daarmee geen uitspraak is gedaan. De staatssecretaris heeft het hoger-beroepschrift derhalve niet tijdig ingediend. De omstandigheid dat het dictum niet juist was, stond er niet aan in de weg tegen de uitspraak van 19 augustus 2009 binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken hoger beroep in te stellen. Ook overigens zijn geen feiten en omstandigheden gesteld in verband waarmee redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de staatssecretaris in verzuim is geweest. </para>
    <para />
    <para>2.5. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>I. verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris niet-ontvankelijk;</para>
      <para>II. bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Lubberdink</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Zwemstra</para>
      <para>ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2010</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>91-638.</para>
      <para>Verzonden: 21 april 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de secretaris van de Raad van State,</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>mr. H.H.C. Visser</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>