<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2010:BN1092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T11:33:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN1092</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-07-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200909420/1/H2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BN1092">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BN1092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:41:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2010:BN1092 Raad van State , 14-07-2010 / 200909420/1/H2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2010:BN1092:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 22 mei 2007 heeft het dagelijks bestuur een leggerbesluit gewijzigd en daarbij een water op het perceel van [appellant] aangewezen als schouwwatergang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2010:BN1092:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200909420/1/H2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 14 juli 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 29 oktober 2009 in zaak nr. 08/1180 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het dagelijks bestuur van het Wetterskip Fryslân.</para>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 22 mei 2007 heeft het dagelijks bestuur een leggerbesluit gewijzigd en daarbij een water op het perceel van [appellant] aangewezen als schouwwatergang.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 15 januari 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân het daartegen door [appellant] ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 mei 2007 vernietigd en bepaald dat het dagelijks bestuur de onderhoudsplicht van het desbetreffende deel van het water nader dient te bepalen.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 24 juni 2008 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het naar zijn zeggen door het dagelijks bestuur nietig verklaren van het besluit van 15 januari 2008.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 29 oktober 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 december 2009, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Bij brieven van 16 en 17 februari 2010 hebben partijen toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:57 van de Awb om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Ter beoordeling ligt slechts voor de vraag of de rechtbank het beroep van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.2. De rechtbank heeft met juistheid vastgesteld dat het college de aanwijzing van het water op het perceel van [appellant] als schouwwatergang heeft vernietigd en dat daarmee de op [appellant] rustende onderhoudsverplichting is komen te vervallen. Niet is gebleken dat het dagelijks bestuur met betrekking tot de legger een nieuw besluit heeft genomen dan wel een besluit heeft genomen waarbij [appellant] bestuursdwang wordt aangezegd. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellant] ook geen feiten of omstandigheden gesteld waardoor hij redelijkerwijs kon menen dat dit wel het geval was. Het enkele vermoeden van [appellant] is daarvoor onvoldoende. Van een besluit waartegen [appellant] beroep kan instellen is dan ook geen sprake.</para>
    <para />
    <para>Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep van [appellant] terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Poot</para>
      <para>voorzitter ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2010</para>
    <para />
    <para>362.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>