<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2010:BM2641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T12:52:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BM2641</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200905749/1/R2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BM2641">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2010:BM2641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:19:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2010:BM2641 Raad van State , 28-04-2010 / 200905749/1/R2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2010:BM2641:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 11 mei 2009 heeft de raad van de gemeente de Ronde Venen het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Omlegging N201 De Ronde Venen" vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2010:BM2641:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200905749/1/R2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 april 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente De Ronde Venen,</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de raad van de gemeente de Ronde Venen,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 11 mei 2009 heeft de raad van de gemeente de Ronde Venen het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Omlegging N201 De Ronde Venen" vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 augustus 2009, beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De raad van de gemeente de Ronde Venen heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 maart 2010, waar [appellant], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. H.J.M. Besselink, advocaat te Den Haag, bijgestaan door H.T. Kok, projectmanager, en A. Scholte, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. Het plan voorziet in de aanleg van de N201 in de gemeente De Ronde Venen. Het tracé van de nieuwe weg loopt over een deel van de percelen die in eigendom zijn geweest van dan wel gehuurd worden door [appellant].</para>
    <para />
    <para>2.2. [appellant] heeft ter zitting gesteld dat zijn beroep zich enkel richt tegen het feit dat hij voor de gronden die hij huurde en die worden doorsneden door het tracé, ongeveer 5 ha grond, niet is gecompenseerd in ander huurland. Indien hij het naast zijn boerderij gelegen land in de provincie Utrecht zou kunnen huren, zou hij geen schade meer ondervinden van het tracé.</para>
    <para />
    <para>2.3. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [appellant] volledig is gecompenseerd voor de gronden die in zijn eigendom waren, voor de inkomensschade die hij lijdt door het verlies van grond, en voor de waardevermindering van de overblijvende grond. Voorts heeft hij een vergoeding gekregen voor bijkomende kosten zoals kosten die gemaakt moeten worden voor omrijden.</para>
    <para />
    <para>Verder is gebleken dat [appellant] de door hem bedoelde gronden telkens voor korte perioden huurde zonder recht op verlenging van de huur.</para>
    <para />
    <para>Voorts is gebleken dat [appellant] voor zijn bedrijfsvoering over in totaal ongeveer 120 ha grond beschikt. Niet aannemelijk is geworden dat door het verlies van de relatief beperkte oppervlakte aan gehuurde grond, onoverkomelijke problemen voor de bedrijfsvoering van [appellant] zullen ontstaan.</para>
    <para />
    <para>Gelet hierop heeft de raad zich na afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid op het standpunt kunnen dat aan het belang van het realiseren van de N201 een groter gewicht kon worden toegekend dan aan het belang van [appellant] bij de huur van de door hem bedoelde gronden.</para>
    <para />
    <para>2.4. Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Hoekstra w.g. Van Helvoort</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 28 april 2010</para>
    <para />
    <para>361.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>