<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2009:BK7459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:47:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK7459</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200900245/1/H2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2009:BK7459">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2009:BK7459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:40:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2009:BK7459 Raad van State , 23-12-2009 / 200900245/1/H2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2009:BK7459:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 30 maart 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Gravenhage (hierna: de raad voor rechtsbijstand) het verzoek om peiljaarverlegging van [appellant] buiten behandeling gelaten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2009:BK7459:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200900245/1/H2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 23 december 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellant], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 juli 2008 in zaak nr. 07/5811 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de raad voor rechtsbijstand 's-Gravenhage.</para>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 30 maart 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Gravenhage (hierna: de raad voor rechtsbijstand) het verzoek om peiljaarverlegging van [appellant] buiten behandeling gelaten.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 8 juni 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 4 juli 2008, verzonden op 9 juli 2008, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2009, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>De raad voor rechtsbijstand heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 november 2009, waar [appellant], in persoon, is verschenen.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor zover thans van belang, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken.</para>
      <para>Ingevolge artikel 6:8, gelezen in samenhang met artikel 6:24, vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, voor zover thans van belang, is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 6:11, voor zover thans van belang, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 8:79, eerste lid, voor zover thans van belang, zendt de griffier binnen twee weken na de dagtekening van de uitspraak kosteloos een afschrift van de uitspraak aan partijen.</para>
    <para />
    <para>Ingevolge artikel 8:37, eerste lid, voor zover thans van belang, geschiedt de verzending van een afschrift van de uitspraak bij aangetekende brief, tenzij de rechtbank anders bepaalt.</para>
    <para />
    <para>2.2. [appellant] stelt dat hij eerst op 30 december 2008 de uitspraak van de rechtbank heeft ontvangen. Verder voert [appellant] aan dat de uitspraak niet verzonden is naar zijn gemachtigde.</para>
    <para />
    <para>2.3. Uit het beroepschrift van [appellant] blijkt niet dat hij werd bijgestaan door een gemachtigde. Tevens heeft [appellant] voor de verzending van de uitspraak niet kenbaar gemaakt dat hij zich door een gemachtigde liet bijstaan. De uitspraak van de rechtbank is op 9 juli 2008 aan [appellant] verzonden. Gezien de hierbij vermelde barcode en het zogeheten 'Track &amp; Trace'-systeem van TNT-post is deze uitspraak aangetekend verzonden en op 11 juli 2008 op het adres van [appellant] afgeleverd. De enkele stelling van [appellant] dat hij eerst op 30 december 2008 de uitspraak van de rechtbank heeft ontvangen, is als tegenbewijs ontoereikend. De toezending van de uitspraak aan [appellant] op 9 juli 2008 geldt, gelet op de artikelen 8:79, eerste lid, en 8:37, eerste lid van de Awb, als de voorgeschreven wijze van bekendmaking als bedoeld in artikel 6:8 van de Awb. De beroepstermijn van zes weken is ingegaan op 10 juli 2008 en geëindigd op 20 augustus 2008. Het hoger beroepschrift van [appellant] van 8 januari 2009, ingekomen op 12 januari 2009, is dan ook na afloop van de wettelijke beroepstermijn ingediend.</para>
    <para />
    <para>2.4. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs geoordeeld zou moeten worden dat [appellant] met het indienen van het hoger beroepschrift na afloop van de wettelijke termijn niet in verzuim is geweest.</para>
    <para />
    <para>2.5. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Bindels</para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009</para>
    <para />
    <para>85-630.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>