<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2009:BK5803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T12:21:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK5803</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200907925/2/H2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2009:BK5803">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2009:BK5803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:36:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2009:BK5803 Raad van State , 02-12-2009 / 200907925/2/H2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2009:BK5803:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 23 juni 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden (hierna: het college) aan verzoeker krachtens de Monumentenwet 1988 vergunning verleend voor het verbouwen van het pand aan de [locatie] te [plaats] (hierna: het pand).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2009:BK5803:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200907925/2/H2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 2 december 2009</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker], wonend te [woonplaatst], om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[belanghebbende], wonend te [woonplaats], appellant</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 2 september 2009 in zaken nrs. 08/5790 en 08/8452 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellant</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Leiden.</para>
    <para />
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 23 juni 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden (hierna: het college) aan verzoeker krachtens de Monumentenwet 1988 vergunning verleend voor het verbouwen van het pand aan de [locatie] te [plaats] (hierna: het pand).</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 2 september 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's-Gravenhage, voor zover thans van belang, het door [belanghebbende] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft [belanghebbende] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 14 oktober 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 10 november 2009.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 5 november 2009 heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening de door het instellen van het hoger beroep van rechtswege ontstane schorsing van de hem verleende vergunning op te heffen.</para>
    <para />
    <para>De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 november 2009, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. E. de Jongh, advocaat te 's-Gravenhage, [belanghebbende], bijgestaan door mr. M.G. Evers, en het college, vertegenwoordigd door mr. I.S. van der Spek en J.W. van Rooden, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. De aan [verzoeker] verleende vergunning ziet op het verbouwen van het pand van woon-winkelpand tot horecagelegenheid met bovenwoning. Een door [verzoeker] overgelegde brief van 4 november 2009 maakt aannemelijk dat de uitbater van een restaurant te Leiden interesse heeft in het huren van het te realiseren horecagedeelte van het pand, doch niet als de uitkomst van het hoger beroep moet worden afgewacht, voordat met de verbouwing kan worden begonnen. Onder die omstandigheid wordt [belanghebbende] niet gevolgd in het betoog dat [verzoeker] geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorziening heeft.</para>
    <para />
    <para>2.2. [belanghebbende] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de verleende vergunning geen stand kan houden, omdat - samengevat weergegeven - de daaraan ten grondslag gelegde bouwhistorische notitie gekleurd is door belangenverstrengeling, onvoldoende rekening is gehouden met de monumentale waarde van de aanbouw aan de noordzijde van het pand en aan de verlening van de vergunning onjuiste tekeningen ten grondslag liggen. Reeds omdat het aldus aangevoerde overwegend betrekking heeft op de verbouwing van de aanbouw, terwijl de verleende vergunning daarop niet ziet, is daarin geen grond gelegen voor het oordeel dat op voorhand valt aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans uiteindelijk zal blijken dat de monumentenvergunning niet verleend had mogen worden. Ook anderszins is daarvoor geen grond.</para>
    <para />
    <para>2.3. Gelet hierop, ziet de Voorzitter reden om na te melden voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De Voorzitter ziet voorts geen aanleiding het college te gelasten het door [verzoeker] betaalde griffierecht te vergoeden.</para>
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>heft de door het instellen van het hoger beroep ontstane schorsing van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden van 23 juni 2008, kenmerk MA 071564 01, op.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Loeb w.g. Poot</para>
      <para>voorzitter ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009</para>
    <para />
    <para>-502.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>