<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2008:BD5573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T09:04:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BD5573</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200803602/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:31">Algemene wet bestuursrecht 8:31</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=106">Vreemdelingenwet 2000 106</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2008/304</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2008:BD5573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2008:BD5573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:55:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2008:BD5573 Raad van State , 19-06-2008 / 200803602/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2008:BD5573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vreemdelingenbewaring / schadevergoeding motiveren / ontbreken stukken / Procesregeling vreemdelingenkamers en 8:31 Awb</para>
        <para>De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak vastgesteld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van de Procesregeling vreemdelingenkamers om binnen een nader genoemde termijn de op de zaak betrekking hebbende stukken aan haar toe te zenden. Nu zij daardoor niet in de gelegenheid is geweest om de rechtmatigheid van de maatregel te toetsen, heeft zij, gezien het bepaalde in artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht, het beroep gegrond geacht en de maatregel met onmiddellijke ingang opgeheven.</para>
        <para>De rechtbank heeft aldus uitdrukkelijk niet geoordeeld of en zo ja, met ingang van welke dag, de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Nu zij daarbij evenmin heeft gemotiveerd waarom zij geen gronden aanwezig heeft geacht om schadevergoeding toe te kennen, slaagt de grief.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2008:BD5573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200803602/1</para>
      <para>Datum uitspraak: 19 juni 2008</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>RAAD VAN STATE</para>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak in zaak nr. 08/15786 van de rechtbank 's Gravenhage van 14 mei 2008 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[appellant]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>de staatssecretaris van Justitie.</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>1. Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 6 mei 2008 is [appellant] (hierna: de vreemdeling) in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 14 mei 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank ’s Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 19 mei 2008, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>De staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.</para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1. In de enige grief klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte geen gronden aanwezig heeft geacht om een schadevergoeding toe te kennen. Aangezien volgens de rechtbank de rechtmatigheid van de bewaring niet getoetst kan worden, bestaat volgens hem de mogelijkheid dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig is.</para>
    <para />
    <para>2.1.1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak vastgesteld dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan zijn verplichting op grond van de Procesregeling vreemdelingenkamers om binnen een nader genoemde termijn de op de zaak betrekking hebbende stukken aan haar toe te zenden. Nu zij daardoor niet in de gelegenheid is geweest om de rechtmatigheid van de maatregel te toetsen, heeft zij, gezien het bepaalde in artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht, het beroep gegrond geacht en de maatregel met onmiddellijke ingang opgeheven.</para>
    <para />
    <para>2.1.2. De rechtbank heeft aldus uitdrukkelijk niet geoordeeld of en zo ja, met ingang van welke dag, de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Nu zij daarbij evenmin heeft gemotiveerd waarom zij geen gronden aanwezig heeft geacht om schadevergoeding toe te kennen, slaagt de grief.</para>
    <para />
    <para>2.2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.</para>
    <para />
    <para>2.3. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van deze kosten te beslissen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>I. verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
      <para>II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 mei 2008 in zaak nr. 08/15786;</para>
      <para>III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;</para>
      <para>IV. stelt de door de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. M.A.A. Mondt Schouten en mr. P.B.M.J. van der Beek Gillessen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Troostwijk</para>
      <para>voorzitter</para>
      <para>w.g. Snijders</para>
      <para>ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2008</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>279</para>
      <para>Verzonden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift,</para>
      <para>de secretaris van de Raad van State,</para>
      <para>voor deze,</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>mr. H.H.C. Visser,</para>
      <para>directeur Bestuursrechtspraak</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>