<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2008:BC8402</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T11:04:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC8402</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200708313/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2008:BC8402">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2008:BC8402</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:35:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2008:BC8402 Raad van State , 04-02-2008 / 200708313/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2008:BC8402:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>ij besluit van 29 december 2006 heeft de minister van Justitie (hierna: de </para>
        <para>minister) een aanvraag van (hierna: de vreemdeling) om </para>
        <para>verlenging van de geldigheidsduur van een aan hem verleende </para>
        <para>verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en die </para>
        <para>verblijfsvergunning ingetrokken. </para>
        <para>Bij besluit van 5 februari 2007 heeft de minister het daartegen door </para>
        <para>de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. </para>
        <para>Bij uitspraak van 2 november 2007, verzonden op 5 november 2007, heeft </para>
        <para>de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, het daartegen </para>
        <para>door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. </para>
        <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State </para>
        <para>binnengekomen op 29 november 2007, hoger beroep ingesteld. </para>
        <para>De staatssecretaris van Justitie heeft een verweerschrift ingediend. </para>
        <para>De vreemdeling is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten. </para>
        <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten. </para>
        <para>2. Overwegingen </para>
        <para>2.1. De vreemdeling is voor het door hem ingestelde hoger beroep </para>
        <para>griffierecht verschuldigd. Een hoger beroep wordt ingevolge artikel  40, </para>
        <para>vierde lid, van de Wet op de Raad van State, gelezen in samenhang met </para>
        <para>artikel 86, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, niet-ontvankelijk </para>
        <para>verklaard, indien storting of bijschrijving van het recht niet heeft </para>
        <para>plaatsgevonden binnen twee weken na de dag van verzending van de </para>
        <para>mededeling, waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de </para>
        <para>verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden </para>
        <para>geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. </para>
        <para>2.2. De vreemdeling is bij aangetekend verzonden brief van </para>
        <para>29 november 2007 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. </para>
        <para>Daarbij is hem medegedeeld dat hij tot en met  13 december 2007 in de </para>
        <para>gelegenheid wordt gesteld het te voldoen. </para>
        <para>Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening </para>
        <para>van de Raad van State bijgeschreven of contant op het adres van de Raad </para>
        <para>van State betaald. </para>
        <para>Er is geen grond voor het oordeel dat de vreemdeling ter zake niet </para>
        <para>in verzuim is geweest. </para>
        <para>2.3. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. </para>
        <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2008:BC8402:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Raad </para>
      <para>vanState </para>
      <para>200708313/1. </para>
      <para>Datum uitspraak: 4 februari 2008 </para>
      <para>AFDELING </para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK </para>
      <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet </para>
      <para>bestuursrecht op het hoger beroep van: </para>
      <para>appellant, </para>
      <para>tegen de uitspraak in zaak nr. 07/10114 van de rechtbank 's-Gravenhage, </para>
      <para>nevenzittingsplaats Amsterdam, van 2 november 2007 in het geding tussen: </para>
      <para>en </para>
      <para>de staatssecretaris van Justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>200708313/1  2  4 februari 2008 </para>
      <para>1. Procesverloop </para>
      <para>Bij besluit van 29 december 2006 heeft de minister van Justitie (hierna: de </para>
      <para>minister) een aanvraag van (hierna: de vreemdeling) om </para>
      <para>verlenging van de geldigheidsduur van een aan hem verleende </para>
      <para>verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en die </para>
      <para>verblijfsvergunning ingetrokken. </para>
      <para>Bij besluit van 5 februari 2007 heeft de minister het daartegen door </para>
      <para>de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. </para>
      <para>Bij uitspraak van 2 november 2007, verzonden op 5 november 2007, heeft </para>
      <para>de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, het daartegen </para>
      <para>door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. </para>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State </para>
      <para>binnengekomen op 29 november 2007, hoger beroep ingesteld. </para>
      <para>De staatssecretaris van Justitie heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De vreemdeling is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten. </para>
      <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten. </para>
      <para>2. Overwegingen </para>
      <para>2.1. De vreemdeling is voor het door hem ingestelde hoger beroep </para>
      <para>griffierecht verschuldigd. Een hoger beroep wordt ingevolge artikel  40, </para>
      <para>vierde lid, van de Wet op de Raad van State, gelezen in samenhang met </para>
      <para>artikel 86, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, niet-ontvankelijk </para>
      <para>verklaard, indien storting of bijschrijving van het recht niet heeft </para>
      <para>plaatsgevonden binnen twee weken na de dag van verzending van de </para>
      <para>mededeling, waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de </para>
      <para>verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden </para>
      <para>geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. </para>
      <para>2.2. De vreemdeling is bij aangetekend verzonden brief van </para>
      <para>29 november 2007 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. </para>
      <para>Daarbij is hem medegedeeld dat hij tot en met  13 december 2007 in de </para>
      <para>gelegenheid wordt gesteld het te voldoen. </para>
      <para>Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening </para>
      <para>van de Raad van State bijgeschreven of contant op het adres van de Raad </para>
      <para>van State betaald. </para>
      <para>Er is geen grond voor het oordeel dat de vreemdeling ter zake niet </para>
      <para>in verzuim is geweest. </para>
      <para>2.3. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. </para>
      <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>200708313/1 3 4  februari 2008 </para>
      <para>3. Beslissing </para>
      <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State </para>
      <para>Recht doende in naam der Koningin: </para>
      <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. </para>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, </para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.S.N. Nasrullah-Oemar, ambtenaar van Staat. </para>
      <para>w.g. Lubberdink w.g. Nasrullah-Oemar </para>
      <para>lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat </para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2008 </para>
      <para>404. </para>
      <para>Verzonden: 4 februari 2008 </para>
      <para>Voor eensluidend afschrift, </para>
      <para>de secretaris van de Raad van State, </para>
      <para>voor deze. </para>
      <para>mr. H.H.C. Visser, </para>
      <para>directeur Bestuursrechtspraak</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>