<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2007:BB8939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:50:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BB8939</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200703300/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2007:BB8939">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2007:BB8939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:07:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2007-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2007:BB8939 Raad van State , 28-11-2007 / 200703300/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2007:BB8939:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 24 maart 2005 heeft appellant (hierna: de Raad) het herzieningsverzoek van [wederpartij] met betrekking tot de afwijzing van een toevoeging afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2007:BB8939:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200703300/1.</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 november 2007</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad voor Rechtsbijstand 's-Gravenhage,</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/5831 van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 maart 2007 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[wederpartij], wonend te [plaats]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>appellant.</para>
    <para />
    <para>1.    Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 24 maart 2005 heeft appellant (hierna: de Raad) het herzieningsverzoek van [wederpartij] met betrekking tot de afwijzing van een toevoeging afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 8 juli 2005 heeft de Raad het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 26 maart 2007, verzonden op 2 april 2007, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de Raad een nieuwe beslissing op bezwaar neemt. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft de Raad bij brief van 8 mei 2007, bij de Raad van State ingekomen op 9 mei 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 8 juni 2007. Deze brieven zijn aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 9 juli 2007 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.</para>
    <para />
    <para>Voor afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van de Raad. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 oktober 2007.</para>
    <para />
    <para>2.    Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1.    De Raad betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat mr. H.J. van Smaalen (hierna: de advocaat) namens [wederpartij] bezwaar heeft gemaakt, nu dit niet uit het bezwaarschrift blijkt.</para>
    <para />
    <para>2.2.    Dit betoog slaagt. Uit de bewoordingen van het bezwaarschrift blijkt niet dat de advocaat namens [wederpartij] bezwaar heeft gemaakt. Het verzoek alsnog een toevoeging te verstrekken is uitdrukkelijk in de ik-vorm gesteld. Het bezwaarschrift vermeldt de naam van de advocaat en is door hem ondertekend. Dat in het bezwaarschrift is vermeld dat dit betrekking had op [wederpartij], hierin een toevoegingnummer is opgenomen en wordt ingegaan op de financiële draagkracht van [wederpartij], brengt niet mee dat namens hem bezwaar is gemaakt.</para>
    <para />
    <para>2.3.    Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank het beroep ten onrechte niet niet-ontvankelijk verklaard, nu geen grond bestaat voor het oordeel dat [wederpartij] niet redelijkerwijs kan worden verweten dat hij tegen de afwijzing geen bezwaar heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <para>2.4.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 8 juli 2005 van de Raad alsnog niet-ontvankelijk verklaren.</para>
    <para />
    <para>2.5.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.</para>
    <para />
    <para>3.    Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>I.    verklaart het hoger beroep gegrond;</para>
    <para />
    <para>II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 maart 2007 in zaak no. AWB 05/5831;</para>
    <para />
    <para>III.    verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Van Altena    		w.g. Van Hardeveld</para>
      <para>Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2007</para>
    <para />
    <para>312-538.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>